Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

371

NIJVERHEIDS-ONDERWIJS

d. scholen voor huishouden, landbouwhuishouden, vrouwelijke handwerken en maatschappelijk werk;

e. scholen voor speciale doeleinden. .

2. Schoolonderwijs van middelbaar karakter wordt gegeven aan:

a. scholen voor techniek en nijverheid;

b. scholen voor nijverheidskunst en kunstambacht;

c. scholen voor den mijnbouw;

d. scholen voor de zeevaart;

e. scholen voor huishouden, landbouwhuishouden, vrouwelijke handwerken en maatschappelijk werk;

f. scholen voor opleiding van leeraren of voor speciale doeleinden.

Aan rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen en vereenigingen en aan gemeenten wordt — aldus ongeveer art. 25 — order bij alg. maatr. v. bestuur te stellen voorwaarden ten behoeve van de door haar in stand gehouden scholen uit 's Rijks kas subsidie gegeven tot een bedrag van 70 pet. van de nettokosten, mits wordt aangetoond, dat de gemeente, in welke de school gevestigd is, of, ingeval zij ook door leerlingen uit andere gemeenten wordt bezocht, deze gemeente in samenwerking met die andere gemeenten de, overige 30 pet. heeft toegestaan.

Het Rijk draagt in schier alle kosten bij, ook in toelagen aan onvermogende leerlingen, die, blijkens schriftelijke verklaring van het bestuur der gemeente, anders niet in staat zouden zijn de school te bezoeken; alsmede in de kosten der pensionneering van het personeel en hunne weduwen en weezen, voor zoover en tot zoolang zij niet tot Rijkspensioen gerechtigd zijn.

Ten behoeve van het leerlingwezen wordt uit 's Rijks kas subsidie verleend tot een bedrag, overeenkomende met 70 pet. der kosten, na aftrek van de ontvangsten wegens subsidie van de provincie, kontributiën en bijdragen van partikuliere vereenigingen, leergelden en buitengewone inkomsten, mits dcor de gemeenten te zamen 30 pet. wordt bijgedragen.

'24 Juni 1919 werd dit wetsontwerp in de Tweede Kamer behandeld. Gerhard begroette het met groote ingenomenheid, al had hij eenige bedenkingen. Zoo stond hij op het standpunt, dat met waardeering voor de plaats, die het partikulier initiatief behoort te behouden, het beginsel van overheidszorg op den voorgrond moet komen, omdat het onderwijs zonder die overheidszorg zich niet voldoende kan ontwikkelen.

Van Zadelhoff deelde later, bij de behandeling der artikelen, de konklusies mede van het kongres voor vak-onderwijs, welke luiden als volgt:

„lo. Wanneer de overheid het vakonderwijs tot zich trekt, is het mogelijk dat direkt in verschillende plaatsen en stréken, die nu van vakonderwijs verstoken zijn, een school kan worden opgericht.

Sluiten