Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDERWIJS

376

sen vooral een bedenkelijk nadeel is. Voorts sprak Ossendorp: „Er is met klem gevraagd en met steun van tienduizenden in den lande ƒ 2200—ƒ 4500, en ik acbt het niet denkbeeldig, dat de minister van financiën zal zeggen: daaraan heb ik ook voldaan, al is het niet voor allen; zij kunnen ƒ 2200 krijgen en ook tot ƒ 4500 komen, ƒ 2200 krijgen de nieuwopgeleide onderwijzers, en ƒ 4500 kunnen zij ook krijgen.

Ja, mijnheer de voorzitter, zij kunnen ƒ 4500 krijgen, wanneer de onderwijzers de tien geboden, die voor hen opnieuw zijn opgesteld, nauwkeurig naleven. Wanneer zij zorgen, dat zij in het bezit zijn van: de gewone akte, de hoofdakte, de akten Fiansch, Engelsch, Duitsch en van de akte voor trouwen, en wanneer zij verder zorgen, dat zij onderwijzer zijn aan een u.Lo.-school, dat die u.l.o.-school staat in een gemeente eerste klasse, dat zij ouder dan 40 jaar worden en op dien' leeftijd drie kinderen beneden 18 jaar hebben, dan krijgen ze precies ƒ 4500. Maar anders komen ze er niet en blijven ze er ƒ 900, ƒ 1200, ƒ 1600 of ƒ 2000 beneden."

Ossendorp stelde de volgende vragen:

Is de minister bereid:

lo. de salarisregeling der onderwijzers op te nemen in tabel A, behoorende bij het Bezoldigingsbesluit voor Rijksambtenaren?

2o. het salaris voor de onderwijzers in het bezit van de akte, genoemd in art. 77 onder b der wet op het lager onderwijs -1878, gelijk te stellen met dat van de onderwijzers in het bezit der akte, bedoeld bij art. 134 der Lager-onderwijswet 1920?

3o. het salaris voor de onderwijzers in het bezit der akte 77a der vigeerende wet en dat van de onderwijzeressen in het bezit van diploma A, bedoeld bij art. 135 der wet van 1920, gelijk te doen zijn?

4o. om het bestaande verschil in salaris tusschen onderwijzers met en zonder hoofdakte van ƒ 300 in de nieuwe regeling te handhaven?

5o. om het verschil in salaris van ƒ 400 tusschen gehuwden

en ongehuwden te doen vervallen?

6o. om de salarisbedragen in overeenstemming te brengen met het advies, dat door de Commissie voor georganiseerd overleg aan de regeering is uitgebracht.

De minister was tot een en ander niet genegen. Een klerk aan een ministerie, die een examen doet, ongeveer gelijk staande met een examen als* „hulponderwijzer", begint met ƒ 1300 en klimt tot ƒ 2300.

„Ik noem dit voorbeeld, zei de minister, om aan te toonen hoe wij de verhouding in de traktementen zouden verbreken, wanneer wij iemand, op 18-jarigen leeftijd dergelijke akte krijgende en zich verder niet op eenige wetenschappelijke studie toeleggende, lieten beginnen met ƒ 1900 en lieten klimmen tot ƒ 4200."

Sluiten