Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWAPENING

382

Uitgaande van bovenstaande beschouwingen heeft de Partijraad eenstemmig de volgende reslutie aangenomen: „De Partijraad der S. D. A. P.,

kennis genomen hebbende van de door het P.B. ingediende memorie,

besluit het aanstaand Partijkongres voor te stellen, paragraaf 6 'van het strijdprogram te vervangen door de volgende:

Actie voor internationale en nationale ontwapening. Deelneming aan en bevordering van de internationale actie der georganiseerde arbeiders ter verhindering van den oorlog. Actie tot demokratiseering en verbetering van den Volkenbond en bestrijding van alle imperialistische stroomingen. Het volksonderwijs vrij te maken van elk streven naar nationalisme en militarisme,"

Het kongres der S.D.A.P. van 27, 28 en 29 Maart 1921, te Utrecht, nam met groote meerderheid deze resolutie over.

Toen 9 Dec, 1920 in de Kamer de openbare beraadslaging over het tijdelijke Militiewetje begon, moest de kamerfractie inmiddels reeds min of meer haar houding bepalen. Zij deed dit op grond van de uitspraak van den Partijraad. De tegenstanders — o.a. de vrijheidsbonder jhr. de Muralt — vielen terstond aan en niets was den onzen meer welkom. Natuurlijk wezen zij op België enz. Wat België betreft, dit land is pas aan een grooten oorlog ontkomen, het leeft nog onder oorlogs-psychose, vreest Duitschland en is verbonden met Frankrijk. Maar dit belet ons land niet om een voorbeeld te geven. K. ter Laan verdedigde op 9 December dan ook krachtig de ontwapening. Toch kon nog niet, zoolang het kongres niet gesproken had, met een: voorstel omtrent ontwapening worden gekomen. Alvast echter stelden de sociaaldemokraten een motie voor, van dezen inhoud:

„De Kamer, van oordeel, dat de tijd gekomen is voor de opheffing van het geheele vestingstelsel", enz.

Deze motie werd 14 Dec. '20 verworpen met 46 tegen 28 stemmen. Voor stemden de sociaaldemokraten, vrijz.-demokraten, kommunisten met Kolthek, dr. v. d. Laar en A. P. Staalman (bladz. 1006).

De heer Wijk, man van de „Dem. Weermacht", die zich meer en meer als ultra-militarist ontpopte, had echter een Cocadorusgrapje bedacht. In de Kamer stelt: men alleen voor wat men zelf wil. Hij echter stelde 14 Dec. een motie voor, luidende:

„De Kamer, van oordeel, dat Nederland zich bij een aanval dcor een andere Mogendheid niet meer behoeft te verdedigen,

gaat over tot de orde van den dag."

Dat was Om de socialisten voor een „moeilijke" keuze te .plaatsen en alle burgerlijke kamerleden en perslieden deden, alsof dat een heel snuggere zet van dezen onderofficier was. Ze (Wisten echter wel beter, n.1. dat het een kwajongenstreek was zonder meer, waarvan'geen fractie die zich respekteert de

Sluiten