Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

393

PENSIOENWETTEN AMBTENAREN EN MILITAIREN

hunne weduwen en weezen, en wel voor de ambtenaren 10 percent en voor het weduwen- en weezenpensioen 6*7t (later percent van het gemiddelde der grondslagen van de salarissen. Het pensioen is in alle opzichten premievrij.

Het ouderdomspensioen gaat in op 65-jarigen leeftijd, na 10" jaren dienst onder zekere omstandigheden ook op 55-jarigen leeftijd en bij ziekte of invaliditeit. Wat het bedrag betreft, het pensioen bedraagt voor elk jaar in aanmerking komenden dienst twee percent van de middelsom der pensioensgrondslagen, met dien verstande dat het niet minder dan 30 percent en niet meer dan 70 percent van die som bedraagt.

Als middelsom der pensioensgrondslagen geldt het jaarlijksche gemiddelde van de gezamenlijke grondslagen der laatste 3 jaren, onmiddellijk aan den dag van ingang van het ontslag voorafgaande. Het pensioen bedraagt niet meer dan ƒ 4000.

Recht op weduwenpensioen heeft volgens art. 87 in hoofdzaak:

a. de weduwe van een ambtenaar, tenzij het huwelijk was gesloten, nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt;

b. de weduwe van een gepensionneerd ambtenaar, tenzij het huwelijk was gesloten, nadat hij was ontslagen of nadat hij den; leeftijd van 65 jaar had bereikt;

c. de weduwe van een op wachtgeld gesteld ambtenaar, tenzij hef huwelijk was gesloten, nadat hij op wachtgeld was gesteld of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt.

Recht op weezenpensioen hebben volgens art. 88:

a. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een overleden mannelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader den leeftijd van 65 jaar had bereikt of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn;

b. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een. overleden gepensionneerd mannelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader was ontslagen of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt, of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn;

c. de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van een overleden, op wachtgeld gesteld mannelijk ambtenaar, tenzij zij geboren zijn uit een huwelijk, gesloten nadat hun vader opwachtgeld was gesteld of nadat hij den leeftijd van 65 jaar had bereikt of tenzij zij na dat tijdstip gewettigd zijn.

Bovendien hebben, volgens art, 89, recht op weezenpensioen:

de minderjarige wettige of gewettigde kinderen van ëen overleden vrouwelijk ambtenaar, ongeveer op denzelfden voet als van den mannelijken ambtenaar.

Het b'e d r a g van het weduwen- en weezenpensioen is, ruw berekend, als volgt;

Het weduwenpensioen bedraagt 50 percent van den laatsten pensioensgrondslag van den overleden echtgenoot, of indien

Sluiten