Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

395

PENSIOENWETTEN AMBTENAREN EN MILITAIREN

volledige fonds-vorming werd afgezien. De Mem. v. Toel. zei woordelijk: <

„In zake het eigen pensioen is in de richting van uniformiteit gegaan door wijziging van sommige bepalingen der militaire pensioenontwerpen. In zake het weduwenpensioen door wijziging van de artikelen 90, 91 en 92 van het burgerlijk pensioenontwerp. Deze artikelen zijn gewijzigd in dien zin, dat het weduwenpensoen 40 pet. zal bedragen van een maximalen grondslag van ƒ 4000, in stede van 50 pot. van ƒ 3000. Dit is het stelsel van het militaire pensioenontwerp, terwijl de in den aanhef dezes genoemde staatskommissie voorstelde 40 pet. van ƒ 3000. In aansluiting aan de vermelde wijziging is het maximum-gezinspensioen in beiderlei ontwerpen' gebracht op 80 pet., in stede van de respektievelük 100 en 70 pet. die onderscheidenlijk in het burgerlijk en in het militair pensioenontwerp voorkwamen"'.

Van Stapele en vier andere sociaaldemokraten hadden een groot aantal amendementen voorgesteld. Zoo een serie die bedoelde, „het mögelijk te maken het bestaande recht voor de ambtenaren om zich na ontslag het recht op pensioen voor weduwen en weezen te blijven verzekeren, te handhaven". Het kwam den voorstellers „zeer onbillijk voor dat zonder eenige behoorlijke argumentatie aan een reeds jaren bestaand gebruik, dat door betrokkene zeer op prijs wordt gesteld, een eind wordt gemaakt, terwijl vaststaat dat financieele overwegingen hierbij geen rol kunnen spelen".

Voorts strekten amendementen om, waar de op-wachtgeldstelling een gevolg is van overwegingen van Overheidsbelang, de daaraan voor betrokkenen verbonden nadeelige gevolgen tot den duur van het dienstverband te doen beperkt blijven, en tot na de pensionneering uit te strekken.

Dan waren er amendementen om het maximum te stellen op 80 pet. en het minimum op 40, en voorts werd bedoeld den grondslag naar het over het laatste jaar genoten salaris te doen vaststellen.

Volgens andere amendementen zou de tijd, met onafgebroken verlof, anders dan wegens ziekte of vellichten militairen dienst doorgebracht, ten hoogste voor 1 jaar als diensttijd worden beschouwd.

Ook werd voorgesteld, de weduwen- en weezenpensioenen van de ƒ3000 op ƒ4000 te kunnen verhoogen, daar het gewenscht voorkwam voor de konsekwentie van de bepalintf, dat het weduwen- en weezenpensioen respektievelijk 50 en te samen 100 pet. van den grondslag zal bedragen, ook voor het maximum te aanvaarden.

Een amendement-v. Stapele c.s., om ook bij vrijwillig ontslag na dienstjaren recht op uitgesteld pensioen ingaande op 65jarigen leeftijd te verzekeren, werd, na overname van een ander

Sluiten