Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALISATIE

422

aan.een onpartijdig onderzoek behoort te worden onderworpen, noodigt de regeering uit, voor dat onderzoek een staatskommissie in te stellen", enz.

19 Nov. d.a.v. werd deze motie gewijzigd als volgt: „De Kamer, van oordeel dat de voortbrenging en distributie van goederen meer moeten worden dienstbaar gemaakt aan het algemeen belang;

noodigt de regeering uit, eene kommissie te benoemen tot het instellen van een onderzoek, door welke wettelijke maatregelen dit doel kan worden bereikt",

aangenomen met 55 tegen 11 stemmen. Tegen stemden de kommunisten met Kolthek; de vrijh.bonders Visser v. IJz., Dresselhuys, Niemeijer, v. Rappard, Treub en de Groot; de antirev. Beumer en de christ.-hist. van Veen (bladz. 473).

De kommunisten hadden de volgende motie ingediend, die 19 Nov. verworpen met 65 tegen 3 stemmen:

,,De Kamer, van oordeel, dat tot de voornaamste oorzaken van den huidigen en toekomstigen noodtoestand der arbeidende, niet-bezittende klasse gerekend moet worden het privaat grondbezit,

spreekt als haar meening uit, dat onmiddellijk dient te worden overgegaan tot nationalisatie van het grondbezit en van de hypothekaire vorderingen op den grond, door middel van konfiskatie, waarbij uitsluitend aan die kleine grondbezitters, wier minimum bestaan van dit bezit rechtstreeks afhankelijk is, eene daarmee overeenkomende schadeloosstelling wordt toegekend".

Voor deze motie konden de sociaaldemokraten niet stemmen. Er was geen enkele reden, eerst den grond eenvoudig te konfiskeeren en alle andere bedrijven ongemoeid te laten. De heele methode was dol en niet de onze. 18 Nov. '19 zeide daaromtrent Schaper:

„Ben ik daarom vóór de motie van den heer van Ravesteijn c.s.? Neen, ik zal daarvoor niet stemmen.

Wijnkoop: Dan is het al afgeloopen. Die motie wil een begin van socialisatie en daar is u tegen.

De heer Schaper: Neen, niet afgeloopen. Nu begint het pas. Die motie is geen begin van socialisatie. Het lijkt naar niets. Ij oppert geen plan, u begint met met socialisatie. U zegt: laten wij vast den grond onteigenen. Waaraan zal die grond gegeven worden? Iedereen weet het enorme verschil tusschen het grootbedrijf, dat b.v. de gemeente Groningen reeds in eigen dienst exploiteert, en de boerderijtjes b.v. van den heer Weitkamp en anderen. Dat alles wil mijnheer plompweg over één kam scheren en overnemen, zonder te zeggen wat dan gebeuren moet. Dat is eenvoudig een uitvloeisel van, een doorgaan in de lijn van de vroegere partij van Stoffel, die zich blind keek, in navolging van Henry George, Flürschheim en anderen, op het landbezit"....

Sluiten