Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

449

WERKLOOZEN-VERZEKERINQ

menzorg te worden aangewezen zoo is van hen niet de noodige bereidwilligheid te verwachten, dat zij hunne bijdragen buitengewoon verhoogen.

Daarom maken de wisselvallige tijdsomstandigheden het noodzakelijk, dat aan de uitgetrokkenen van kassen, die onder zeer ongunstige omstandigheden moeten werken, ook in den overgangstijd een uitkeering kan worden verstrekt." : Art. 2 stelde o.m. voor:

. Behalve subsidiën, verleend aan de vereenigingen met werkloozenkas op den grondslag der werkelijk ingekomen bijdragen, kan ten behoeve van de leden dier kassen gedurende een door onzen minister aan te geven termijn steun worden verleend, tot door onzen minister te bepalen bedragen, om die vereenigingen in staat te stellen:

a, bijslagen te verstrekken, indien en zoolang de uitkeeringen, naar het oordeel van onzen minister, niet voldoende zijn om daaruit het noodzakelijke levensonderhoud der werklooze leden te bekostigen;

b. de uitkeeringen geheel of gedeeltelijk voort te zetten na het verstrijken van den termijn, gedurende welken de leden recht op uitkeering konden doen gelden, indien naar het oordeel van onzen minister buitengewone omstandigheden een grootere en langere werkloosheid veroorzaken dan waarop bij de goedkeuring van het reglement te rekenen viel".

De armenzorg zou echter voor de onverzekerden een belangrijke rol spelen in de regeling en daartegen verzetten zich de moderne vakorganisatiën. Toen 12 Sept. 1919 het ontwerp aan de orde kwam, verzette zich v. d. Tempel dan ook tegen dit stelsel. Hij wees ook op de groote werkloosheid, die nog bestond. Hij stelde met 5 andere sociaaldemokraten voor, ƒ 200.000 nit te trekken voor:

„Uitgaven wegens subsidiën aan de gemeentebesturen in de kosten van werkloozenzorg in verband met de opheffing van het Koninklijk Nationaal Steuncomité 1914, waar en zoolang ten genoege van onzen minister blijkt, dat voor de betrokken personen- voorshands nog geen voorziening door middel van werk¬

loosheidsverzekering mogelijk..ija'v . '••

Dit amendement werd, evenals een ander van de kath. en anti-rev. arbeiders-afgevaardigden, overgenomen door minister Aalberse, waardoor bepaald was, dat de steun bij wijze van armenzorg slechts tijdelijk zou zijn en getracht zou worden naar de meest mogelijke verzekering (bl. 3147). ƒ 5.466.000 werd nu uitgetrokken. De ontwerpen werden 12 Sept. '19 aangenomen zonder hoofdei, stemming (idem) en de Eerste Kamer nam de w.o. aan z. h. st. op 30 Okt. 1919, terwijl zij 1 Nov. '19 in werking traden. (Stbl. 620, 625 en 627).

18 Juni 1921 vaardigde eensklaps de min. v. binnenl. zaken een cirkulaire uit, waarin te kennen werd gegeven, dat het Kijk met steun aan de „uitgetrokken" werkloozen ophoudt, na-

Sluiten