Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

453

OVEREENKOMSTEN MET DE MPIJEN

beide maatschappijen de meerderheid der aandeelen zal bezitten en geleidelijk bedragen van samen 49*/> millioen beschikbaar zal stellen. Het door den Staat te verschaffen geld zal de behoefte aan nieuw kapitaal voor werken en materieel moeten helpen bestrijden, aldus schreef de minister in de Mem. v. Toelichting. Allerlei nadere regelingen en bizonderheden gingen hieraan gepaard.

2 Juni 1921 kwam dit ontwerp in openbare behandeling. V. d. Waerden juichte ze toe en achtte dit, mèt dr. Lely later, een eenvoudige wijze van naasting. Maar v. d. W. had bepaalde wenschen ten aanzien van samenstelling van en de vertegenwoordiging van het personeel in den raad van kommissarissen. Hij klaagde over het thans bij de mpijen. heerschend gebrek aan overleg met het lagere personeel en diende de volgende motie in, waaruit het streven van v. d. W. voldoende blijkt:

I. „De Kamer, van oordeel, dat door het wegvallen van het geldelijk risiko voor de houders der niet op naam gestelde aandeelen in het spoorwegbedrijf, zooals dit bij de nadere overeenkomsten wordt geregeld, het niet wenschelijk is dat in den Raad van Commissarissen ook leden worden benoemd door deze aandeelhouders", enz.

II. „De Kamer, van oordeel, dat het gewenscht is, dat in den Raad van Commissarissen plaats zij zoowel voor vertegenwoordigers van het personeel als voor vertegenwoordigers van handel, landbouw, nijverheid en verkeer, en dat met het oog daarop het aantal leden van dien Raad dient te worden uitgebieid", enz,

Dr. Lely, die na hem kwam, trok een vroeger ingediende motie ten gunste van naasting in, daar deze nu overbodig was. Ook Kleerekoper bepleitte medezeggenschap in den Raad van het personeel. De kath. Hermans echter bestreed deze wegens de verschillende organisaties van het personeel. Alsof dat niet te plooien ware! De minister wilde er echter ook niet van weten, wel van benoeming in den Raad van personen van verschillende politieke overtuiging. Hij wilde niet vooruitloopen op het werk der Staatskommissie op dit gebied. Doch thans was er de gelegenheid om iets in de richting te doen! Gerhard wreef hem 29 Nov. '21 een en ander onder den neus.

De moties van v. d. Waerden werden 7 Juni '21 verworpen. I met 48 tegen 23 stemmen. Voor de sociaaldemokraten, met A. P. Staalman. H werd verworpen met 39 tegen 33 stemmen, rechts tegen links, echter met Braat mede tegen en A. P. Staalman voor. (V. d. Laar was afwezig). Alle kerkelijke arbeidersafgevaardigden stemden de motie dus neer (bladz. 2717). Mr. Schokking legde een verklaring af, dat de gedachte wel sympathiek maar nog niet rijp was voor uitvoering!! Mr. Rink maakte zich alleen los van de toelichting, door v. d. W. gegeven. Het ontwerp werd zonder hoofdei, stemming aangenomen.

De minister deelde mede, dat hij met de behandeling van de

Sluiten