Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

465

STRAFVORDERING

maatschappijen alle aandeelen van de „Zeeland" a pari af te koopen, nl. tegen een millioen gulden voor 4000 aandeelen. Brautigam (en ook mr. v. Beresteijn) verzette zich daartegen. De maatschappijen zouden dan alle belang bij de „Zeeland" verliezen, en bet vervoer liever over Hoek v. Holland leiden. Dit •was volgens Br. een slecht soort staats-ingrijpen De mpij. varkeerde in moeilijkheden, doch grootendeels door roekeloosheid tijdens den oorlog. Het ontwerp werd echter 23 Dec. 1920 met 33 tegen 20 stemmen aangenomen, met de stemmen der sociaaldemokraten, vrijz.-demokraten, kommunisten en den katholiek Kolkman tegen (bladz. 1320). Nam de Eerste Kamer het ontwerp aan op 4 Maart 1921 zonder hoofdei, stemming, de wet werd 5 Maart 1921 vastgesteld (Stbl. 170).

Ten aanzien van de Z u i d-A frikaansche StoomV a a r t m p ij. kwam 8 Febr. 1921 een ontwerp in, ten doel hebbende, over 5 jaren tezamen ƒ 5 millioen subsidie aan deze mpij. te verleenen, wat sterk verzet ondervond. Voor de sociaaldem. fractie bestreed Brautigam het ontwerp, dat volgens hem een verkeerde steun inhield, protectionistisch, ongezond en op den duur vruchteloos. Ook v. d. Waerden bestreed het ontwerp, dat door minister v. IJsselstein werd verdedigd, o. a, op grond van onze vriendschap met Zuid-Afrika. Het werd 19 Mei '21 aangenomen met 51 tegen 25 stemmen, met de sociaaldemokraten, kommunisten, Braat en de vrijz, demokraten tegen (bladz. 2477). De Eerste Kamer aanvaardde 28 Juli het ontwerp met 19 tegen 13 stemmen en de wet werd 30 Juli 1921 vastgesteld (Stbl. 1018).

STRAFVORDERING.

Sedert bet zittingjaar 1913/14 lag bij de Tweede Kamer een wetsontwerp tot vaststelling van een nieuw wetboek van strafvordering. Het is zoowel door de Tweede als door de Eerste Kamer aangenomen en wel in de Tweede met 2 stemmen tegen (11 Mei 1920) en in de Eerste zonder hoofdei, stemming (14 Jan. 1921), terwijl de wet is vastgesteld 15 Jan. 1921 (Stbl. I 14j. De mwerkingtreding zal nog nader bij de wet geregeld I worden. Wij kunnen van den inhoud en de behandeling weinig i mededeelen.

Kleerekoper betoogde 21 April 1920 de noodzakelijkheid van een meer sociale rechtspraak. Hij juichte sommige verbeteringen toe, b.v. dat de verdachte terstond door een raadsman kan L worden bijgestaan. Doch de rijke heeft daar weer het meeste ( aan. Tegen andere bepalingen had hij echter groote grieven. I Zoo werd hem te ver gegaan met de invoering van z.g. „Strafbefehle".

„Daarbij wordt bij den 7den titel van het vierde boek I zoover gegaan en worden die zoogenaamde Strafbefehle tot een

30

Sluiten