Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■WONINGVRAAGSTUK

514

wordt verwaarloosd tot schade van hare bewoonbaarheid en de eigenaar na schriftelijke waarschuwing nalatig blijft, kunnen burgemeester en wethouders het noodige' doen verrichten ten koste van den eigenaar", enzi

Allereerst was er een juridisch amendement van de Comm. v. Rapporteurs, om drie artikelen, over de onteigening, naar de Onteigeningswet over te brengen. De regeering nam dit tegen heug en meug over. Dan was er een amendement van vrijheidsbonders, op 8c, om de toestemming tot afbraak enz. steeds té doen verleenen, indien een gelijkwaardige woonruimte werd aangeboden. Dit amendement werd als overbodig ingetrokken. Dan waren er 2 amendementen van de katholieken Kuiper, v. Rijzewijk, Engels, v. Schaik en Hermans, alsmede van den antirev, Smeenk, lo. om beroep toe te staan op den minister van arbeid en 2o, om in te voegen een artikel 8f, luidende:

1. Burgemeester en Wethouders kunnen de vergunning tot het oprichten of geheel of voor een gedeelte vernieuwen van een gebouw, onder aanvoering van redenen, weigeren, indien de voorzienig in den woningnood door de uitvoering van het werk zou worden geschaad.

2. Van de beslissing van Burgemeester en Wethouders kan de verzoeker binnen veertien dagen na den dag, waarop zij hem is uitgereikt, bij Onzen Minister van Arbeid in beroep komen,'''

Dit was een denkbeeld, het eerst in de afdeelingen geopperd om tegen te gaan het in het wildé bouwen van dure gebouwen, terwijl er voor den volkswoningbouw geen bouwarbeiders genoeg te verkrijgen zijn. Schaper en de Jonge stelden hierop als sub-amendement voor, hetgeen onmisbaar was:

„3. Verleenen burgemeester en wethouders vergunning, dan brengen zij dit onverwijld ter openbare kennis. Drie of meer meerderjarige ingezetenen kunnen van deze beslissing bij Onzén Minister van Arbeid in beroep komen, en wel binnen veertien dagen na den dag, waarop zij ter openbare kennis is gebracht."

De 3. ingezetenen werden later vervangen door de huurkommissie. Om onverschillige gemeentebesturen te beletten, alles op dit gebied maar toe te staan, was deze bijvoeging noodzakelijk. Tegen dit voorstel opperde 11 Nov. de vrijz.-dem. mr. v. Beresteyn het volgende zonderlinge bezwaar:

„Tegen hét denkbeeld van den heer Schaper heb ik wel bezwaar. Dat introduceert in ons staatsrecht een spionnage van burgers, waarvoor ik weinig gevoel. Wanneer er inderdaad bezwaren zijn, kan er in den gemeenteraad geïnterpelleerd worden door de raadsleden, bij wie men zijn .klachten kan overbrengen" (bl. 433). Alsof dit met spionnage iets te maken had! Die interpellatie in den raad gaat natuurlijk niet zoo gemakkelijk, dat dit .telkens kan plaats hebben. Men voerde er ook tegen aan, dat met een termijn van beroep de bouw van woningen soms ZOU:Stil staan gedurende 14 dagen. Het bestuur van de Vereeniging van Nederlandsche gemeenten was door mr. v. B. zelfs

Sluiten