Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WONINGVRAAGSTUK

616

ten, om den bouw van volkswoningen te bevorderen, (ark. 32a van het ontwerp), zei de" Memorie v. Toelichting o.m.:

„De ellende en demoralisatie tengevolge van Woningnood moeten voorkomen worden. Daarom moet worden ingegrepen, zoodra de kans daarop gaat bestaan, zoodra fjonvoldoende wordt voorzien in de volkshuisvesting". Door welke oorzaken de toestand zoo géwordén is, is niet de hoofdoorzaak, wanneer er een tekort is, Eerste taak is dan, dat dit tekort worde weggenomen, opdat niet onder enquêteeren en delibereeren het zwakste deel van de bevolking physiek en moreel schade lijde".

En verder: „Volgens het eerste lid (thans van art. 37 der wet) Zal den gemeenteraad de keuze kunnen worden gelaten tusschen de drie in aanmerking komende artikelen (n.1. 34, 35 en 36 nieuw der wet) van de wet. Maar er dient van den aanvang af gerekend te worden met de mogelijkheid, dat een gemeenteraad ook na de verklaring van de Kroon bij verzet blijft volharden of in onwil of kortzichtigheid een avereChtSche keuze doet. Daarom behelst het tweede lid de bevoegdheid van de Kroon, om ook voor te schrijven, wat er zal moeten gebeuren en binnen welken termijn dat zal moeten geschieden. D«; tweede kin van het tweede lid bevat een opdracht aan Gedeputeerde Staten om te doen wat voorgeschreven werd, indien de gemeente weigert zich aan de uitspraak van de Kroon te onderwerpen."

Schaper zei 11 Nov. 1920 dan ook, dat hij de indiening der wet toejuichte. Hij wees nog op een bezwaar van aangrenzende gemeenten. „Zoo kan het ook voorkomen, dat in een gemeente, waar arbeiders werken geen bouwterrein bestaat, maar een naburige gemeente wel bouwterrein oplevert, Indien nu die arbeiders in die naburige gemeente wonen, zou het mogelijk moeten zijn, dat de hoofdgemeente werd gelast in die andere gemeente te bouwen en deze laatste verplicht was de daarvoor noodige toestemming te geven. Wij hebben daarover een adres van den Nationalen Woningraad van 20 Juli 1920. Nu weet ik wel, dat dit vooral slaat op Amsterdam en dat daar de kwestie misschien spoedig wordt opgelost door een flinke annexatie, maar er zijn andere gemeenten, welke er ook zoo voor staan.'

De minister zegde toe, dit bij een volgende gelegenheid te overwegen.

In de Eerste Kamer werden de vier wetsontwerpen 18 febr. 1921 zonder hoofdei, stemming aangenomen. De wijziging der Woningwet verscheen 19 Febr. '21 in Stbl. no. 73. De tekst der nieuwe W o n i n g w e t verscheen 2 Mei '21 inhet Stbl. (no. 705). De wijziging der Huurcommissiewet werd 19 Febr* 1921 vastgesteld (Stbl. 71) en trad 1 April '21 in werking. De Huuraanzeggingswet werd vastgesteld op 19 Febr. 1921. (Stbl.. 70) en trad in werking 1 April 1921. De wijziging der Woningnoodwet werd 19 Febr. 1921 vastgesteld (Stbl. 72). (De nieuwe onteigeningsartikelen verschenen in Stbl. 711 van 6 Mei 1921. De volledige tekst 21 Jan. '22, Stbl. 25).

Sluiten