Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

619

DB CIRKULAIRE VAN 1 JUNI ,192t

Onderstaande cijfers geven een beeld van den toestand:

Woningen.

Aantal woningen in uitvoering op 31 Januari . . . 27704

Bouwvergunning aangevraagd, nog niet in uitvoering

dus, voor den bouw van. 6470

Woningbouw krachtens de Woningwet, toegestaan van

1 Januari—1 Mei 1921 18497

Idem in behandeling . 1000

Middenstandswoningen toegestaan in 1921 volgens

Koniklijk besluit van 6 November 1919 geschat . 1200

Aanvragen voor premiebouw (zoowel arbeiderswoningen als — voor het grootste deel — middenstandswoningen) jmv 31000

Geschat aantal woningen te bouwen door beter gesitueerden • 2200

'iygaii' . 88071

Hierbij dient nog gevoegd t worden, een groot aantal woningen vóór 1 Januari 1921 toegestaan doch nog niet tot uitvoering gekomen.

Hieruit blijkt, dat thans reeds een productie van ten minste ■90.000 woningen in gang is of weldra mag worden verwacht."

Dan wordt gewezen op het tekort aan bouwvakarbeiders.

„Volgens de beschikbare gegevens waren er op 31 Januari 1921 in ons land 28 920 bouwvakarbeiders werkzaam bij den woningbouw. Ook al zouden, nu de industriebouwsterk ingekrompen is, wellicht meer arbeiders bij den woningbouw betrokken kunnen worden, dan nog zal er een periode van vermoedelijk 2 jaar noodig zijn om deze woningen te produceeren. Deze opmerking betreft natuurlijk het geheele land en sluit niet uit, dat er plaatselijk eenige overvloed van arbeidskrachten is."

„Worden de circa 90 000 woningen werkelijk gebouwd, binnen niet al te lange periode, dan mag, over het algemeen en afgezien van bijzondere plaatselijke toestanden, worden aangenomen, dat de nijpende woningnood zal zijn gelenigd."

Dan volgt een berekening, waarbij het alg. totaal der woningen wordt verminderd met het totaal der leegstaande woningen, waarbij dan gevoegd is het cijfer der gezinnen, die bij anderen inwonen. Dan wordt beweerd, dat het aantal samenwoningen verminderd moet worden met de gezinnen, die reeds vóór 1914 samen woonden.

„Een nauwkeurige becijfering hiervan is niet te maken, maar waar aan den eenen kant het beeld te ongunstig wordt, doordat de samenwoningen ten volle zijn medegerekend, daar valt aan den anderen kant er op te wijzen, dat de onbewoonbaarverklaarde woningen bij den voorraad zijn geteld en dat onbe-

Sluiten