Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

521

INTERPELLATIE

plannen, waarvoor premie werd toegekend, tot een begin van uitvoering moeten zijn gebracht, .wordt verlengd tot 6 maanden.

4. Tot welk bedrag per M2. bebouwd oppervlak voor latere plannen premie zal worden toegekend, zal nader bekend worden gemaakt.

5. De bijdragen krachtens de Woningwet te verleenen,- aal* len in de toekomst in een zekere verhouding worden gebracht tot de premies. Binnenkort zal ik hierover nadere mededeelingen aan de gemeentebesturen doen toekomen."

Bouw van woningen met voorschot krachtens de Woningwet mag, zegt de min.v. arbeid ten slotte, alleen krachtens openbare aanbesteding geschieden. Een aanbesteding mag in geen geval meer dan 100 woningen omvatten. β€”

Uit hetgeen voorkomt in punt 2 en 5 volgl alvast, dat de minister op in 't oog loopende wijze de voorkeur geeft aan woningbouw door partikulieren. De berekening echter werd al spoedig betwist. Mr. Bloemers en mr. Hudig (in het -Tijdschrift voor Volkshuisvesting) rekenden den minister uitvoerig na en konden niet begrijpen, hoe hij aan een tekort van 52.516 woningen komt.

De Nat. Woningraad nam, in zijn algemeene vergadering van 25 Juni 1921, een motie aan, waarbij wand uitgesproken, dat (door de toepassing der cirkulaire) β€žde woningnood, die nog steeds bestaat en op bijna alle kringen van de bevolking, maar vooral op de arbeiders- en kleinen middenstand drukt, niet zal worden opgeheven, doch nog grooter zal worden met al de funeste gevolgen van dien, dat van. verbetering van de volkshuisvesting in afzienbaren tijd geen sprake meer zal zijn, protesteert ten sterkste tegen den inhoud van deze cirkulaire en draagt het bestuur van den Nationalen Woningraad op met alle beschikbare middelen te trachten deze ingetrokken te krijgen en de regeering er toe te brengen dat de woningbouwvereenigingen hare taak in vollen omvang zullen kunnen voortzetten in het belang van een goede woningvoorziening;" enz.

Interpellatie. β€” Inmiddels hield Schaper 15 Sept. '21 een interpellatie over de cirkulaire. De interpellant deed de volgende vragen:

1. Is over de cirkulaire van 1 Juni 1921 vooraf hef advies van den Rijkswoningraad ingewonnen? Zoo neen, waarom niet?

2. Houdt de minister na de kritiek, op de berekeningen in de Junicirkulaire uitgeoefend, deze berekeningen staande?

Zoo ja, wil de minister dan nader mededeelen, hoe hij bij*voorbeeld tot de slotsom is gekomen van een woningtekort van 52 516 woningen?

3. Hoe komt de minister aan zijn berekening van het aantal van 28 920 bouwvakarbeids?

4. Beteekent de slotzin der Junicirkulaire ook, dat productieve associaties, als te Amsterdam werkzaam zijn, voortaan

Sluiten