Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

529

ZONDAGSWET

storen, tenzij de raad een verordening op deze aangelegenheid tot stand brengt. Een goede wet zou er in moeten voorzien. Doch deze is voorloopig nog niet te bekomen! Toch hebben de arbeiders te Haarlem een moreelen voorsprong op plaatsen als Meppel, waar de raad Ach nog niet bij wijze van motie ten gunste van de Zondagsvrijheid uitsprak.

Zondagswet. — 1 Mei 1920 kwam het door de anti-revolutionairen lang verbelde ontwerp-Zondagswetffa. Het kwam ter vervanging van de geheel „verouderde" Zondagswet van 1 Maart 1815. Volgens de regeering — in de Mem. v. Toel. — spreekt het vanzelf, „dat de christelijke levensbeschouwing, welke den Zondag als den door God verordenden rustdag erkent, niet door de wet kan worden opgedrongen. Ieder blijve volkomen vrij dien dag te besteden gelijk met zijne inzichten strookt".

Maar de overheid moet voor haar eigen bedrijven het voorbeeld geven, en zich voorts beperken tot den openbaren dienst en den openbaren weg.

Het bijwonen van godsd.oefeningen door militairen' zal worden bevorderd (art. 1). De openbare middelen van vervoer op Zondag zooveel mogelijk beperkt (art. 3). Art. 5 luidde in het oorspronkelijke ontwerp; „Onverminderd de bepaling van art. 170, tweede lid, der Grondwet is het verboden op Zondag optochten op den openbaren weg te houden.

De gemeenteraad kan bij verordening voor de uren na den middag op dit verlof uitzonderingen toestaan".

Het werken aan den openbaren weg, of zóó daf het geraas op den openb. weg hoorbaar is, is verboden, evenals luidkeels venten. Art. 9 luidde:

„Het is verboden op Zondag eenige openbare vermakelijkheid te houden, daaraan deel te nemen of daarvoor gelegenheid te verschaffen.

Onder openbare vermakelijkheden begrijpt deze wet mede alle tentoonstellingen, vertooningen, opvoeringen, uitvoeringen, wedstrijden en spelen, waartoe, al dan niet tegen betaling, toeschouwers worden toegelaten. Spelen in de open lucht, die niet het karakter dragen van wedstrijd, waarvoor de deelnemers geen betaling ontvangen, noch van de toeschouwers betaling wordt gevorderd, zijn geene openbare vermakelijkheden in den zin der wet.

De gemeenteraad kan bij verordening voor de uren na den middag op het verbod van dit artikel uitzonderingen toestaan".

Na het verzet in de afdeelingen der Kamer luidt art. 3:

„Bij openbare middelen van vervoer wordt de dienst op Zondag zooveel mogelijk beperkt.

De Zondagsdienst wordt op zoodanige wijze geregeld, dat aan het bedienend personeel zooveel mogelijk gelegenheid wordt geboden de openbare godsdienstoefeningen bij te wonen of de godsdienstplichten te vervullen.

34

Sluiten