Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

531

ZUIDERZEE

laatste eveneens door een amendhPresselhuys wordt beoogd.

Tegen dit artikel was bereids den minister geadresseerd door een kommissie, handelende o.a. namens de A. N. W. B.' mei pl.m. 55.000 leden en de N. V. B. met pl.m. 20.000 leden. Het adres richtte zich echter meer tegen de oorspronkelijkerredaeJSe van het artikel, waarin alle openbare vermakelijkheden ook zelfs op Zondag in den namiddag waren verboden, (le Md). Het nieuwe artikel laschte „in den voormiddag" in. Het adres, o.a. wijzende op het groote gebrek aan speelterreinen, wil nu dat een verbod slechts voor de morgenuren in de wet wordt vastgelegd, met de mogelijkheid voor hetzij de burgemeester of B. en W. om in ieder bizonder geval en voor den gemeenteraad om bij verordening van dit verbod af te wijken. Schrijvende over art. 9, alinea 2, zegt het adres, dat bij de tot wet verheffing van dit ontwerp de sport een monopolie der bezittende klasse zou worden.

Het ontwerp is intusschen na het afdeelings-onderzoek milder geworden. Doch het kan nóg aanleiding geven tot misbruiken door domperige gemeentebesturen.

De openbare behandeling had niet plaats.

ZUIDERZEE.

Tegen de plannen tot drooglegging der Zuiderzee ageerde, in navolging van mr. van Gijn — die zelf het ontwerp bij de Kamer mede heeft ingediend! — in de „Haagsche Post" en anderen, de vrijz.-demokraat Tèenstra herhaaldelijk. Zoo interpelleerde hij 15 September 1921 minister König en vroeg om een nieuw onderzoek naar de vermoedelijke kosten, nu ten gevolge van den oorlog de materiaalprijzen zoo zijn'gestegen. De minister zeide, dat een nieuw onderzoek naar de kosten reeds gaande is en dat voorts matig zal worden voortgegaan. Schaper waarschuwde tegen vertraging van dit groote werk, ook in het belang van produktieve werkverschaffing. Het zou bedroevend zijn als dit groote werk nu weer werd stilgezet, al wil ook hij' niet, dat het een groote financieele strop wordt. Doch de prijzen zakken weer en zoo niet dan zal ook de opbrengst van de drooggelegde gronden hooger zijn, (Hand. bladz. 3049-5054 1920—21).

7 Okt. 1921 diende minister König echter een ontwerp in om de wet van 14 Juni 1918 tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, aldus te wijzigen, dat het bedrag, dat volgens art. 4 dier wet gedurende 14 jaren in het Zuiderzee-fonds moet worden gestort van 2 millioen op 1 millioen terug te brengen. Dat beteekent, dat er met halve kracht gewerkt zou worden. En dit om de zuinigheid, terwijl we produktief werk moeten verschaffen om de werkloosheid te lenigen! In de afdeelingen werd dit ontwerp gelukkig zeer ongunstig ontvangen.

„Zeer vele leden — heette het in het voorl. verslag — kon-

Sluiten