Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

inoet het strafrecht, naar de klassieke opvatting, op de w├╝svrijheid gebaseerd zijn, omdat geen vergelding zonder schuld en geen schuld zonder wilsvrijheid mogelijk zijn zou. Volgens deze beschouwing zou door de ouderwetsche vergeldingsstraf de maatschappij en de rechtsorde op de beste wijze verzekerd zijn, daar niets beter dan diezelfde vergeldingsstraf geschikt zou zijn den misdadiger casu quo te verbeteren, dezen en anderen af te schrikken en de rechtsorde te beschermen. De voorstanders der tegengestelde opvatting, die elke reactie wenscht uit te sluiten, ontzeggen een onvolmaakte wereld als de onze het recht tot straffen; niet vernietigend maar opbouwend zou h. i. ten opzichte van de geheele samenleving dus ook tegenover misdadigers te werk moeten worden gegaan. Tusschen beide uiterste opvattingen liggen dan die welke een straf vooral in den zin van doelstraf voorstaan, waarbij dan in zooverre verdeeldheid bestaan blijft dat volgens sommigen de straf zijn oorspronkelijk uitsluitend vergeldend karakter meer en meer verloren heeft, terwijl zij dat volgens anderen heeft behouden. Nu is het duidelijk wat wij boven meenden, dat de meer moderne beginselen omtrent criminahteitbestrijding tot zekere hoogte tegemoetkomen aan het gevaar der zich uitbreidende neiging eerder af te keuren dan te loven. In het bijzonder de tusschenliggende, die al dan niet uitsluitend in het teeken der doelstraf staan, vormen de juiste verbindingsschakel met de middelen die aan dit gevaar willen ontkomen. Terwijl van de zijde der klassieke richting, hoewel ook daar stemmen opgaan om de vergelding tot het noodzakelijke te beperken, minder hulp is te verwachten en de radicale strafbegripbestrijders alleen hun eigen utopisch gebied bestrijken, mag men vooral medewerking te gemoet zien van die zijde, die zich in de strafrechtsevolutie een redelijke plaats heeft weten

Sluiten