Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

verder ook van elkaar onderscheiden, in één, negatief, opzicht komen zij echter met elkaar overeen, dat zij geen van allen zich inlaten met iets wat op een waardeoordeel hjkt. Alle bedoelde bepalingen betreffen een regeling omtrent een bij zekere vooropgezette gevallen in te treden gevolg, zonder dat van een min of meer intrensiek verband tusschen oorzaak en gevolg sprake is. Geheel en al gelijkwaardig behoeven de drie gevallen natuurlijk niet te zijn. Zooals bekend ging onze wetgever bij regeling van de wet op het arbeidscontract van de stelling uit dat de arbeider bij het sluiten van het contract in de meeste gevallen in ongunstiger positie verkeert dan de werkgever en verleende daarom in talrijke bepalingen aan den economisch zwakkere bescherming. De wetgever laat echter absoluut in het midden of het te betalen loon, de schenking als belooning van diensten, de voor een bepaalde handeling uitgeloofde belooning eenigszins harmonieert met den verrichten arbeid, den bewezen dienst, de verrichte handeling, hij trekt zich er niets van aan zelfs al ware er tusschen de respectievelijke zaken de grootst mogelijke dissonant. Natuurlijk niet, hoor ik zeggen, dat gaat den wetgever ook absoluut niet aan, hij kan dit gerust aan het vrije verkeer overlaten. We zullen op die tegenwerping, die ons thans wèl eenigermate als een nagalm uit het verre verleden aandoet en die misschien tevens toekomstgeluiden doet hooren, niet dieper ingaan. Deden wij het wèl, we zouden ons moeielijk beperken kunnen tot enkele losse opmerkingen met betrekking tot vraagstukken, waarover incidenteel iets in het midden te brengen, het hier de plaats niet is. Volstaan kan worden met te constateeren dat de wetgever het van tijd tot tijd noodig vindt ook publiekrechtelijk zich in loonquaesties te mengen en dan wèl iets van een waardeoordeel uitspreekt. Hqewel de regeling op

Sluiten