Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIL

De heer van Walborch was met zijn gezelschap weer naar Rome vertrokken, waar zij op de Piazza di Spagna eenige kamers bewoonden, terwijl Ada de hare in een pension, eene van die wereldlijke kloosters van alleen reizende dames, opzocht en Salviati naar zijn hooggelegen kamertje strompelde in een vervallen paleis.

Aisma wildenog eenige dagen inPompeïstudeeren.

Hij ging met den trein daarheen. Station Pompei'! Wonderlijke klank. Pompei,, Pompei, Pompei'! roepen de conducteurs die de portieren openwerpen, zoo als ze bij ons Piet Gijzenbrug roepen. Maar nauwelijks is men de hooge wallen, met de duizende paarsgebloemde raneia's begroeid, en de Porta della Marina doorgegaan, of de nieuwe wereld maakt plaats voor de oude.

Aangrijpend is die eerste aanblik, als de voet des levende dezelfde bestrating drukt, waarover de voet der ouden heenging. Wondervolle, stad, van wier huizen als met dè zeisen des tijds alle de bovenverdiepingen zijn afgesneden; en die nu geheel open liggen, zoodat in ieder huis de blauwe hemel schijnt. Aisma wilde geheel indringen in het oude leven dier stad. Wat de beoefening van boeken eh monumenten gewen kan, daarvan had hij reeds het beste deel in zich opgenomen, maai! hij wilde het oude leven zelf

Sluiten