Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

67

— Waarom tracht gij niet uw leed uit u zelve uit tensSirken, te objectiveeren; waarom schrijft gij niet?

— Waarom zou ik mijn leven opschrijven; de geschiedenis van een mislukt leven is niets nieuws. Er zijn ook al schrijfsters genoeg; en ik heb er toch ook geen talent toe; zij hebben mij in mijne jeugd gebrek laten lijden aan zon en goede boeken. In stilte las ik mijn Schiller en Byron en dweepte ....

— En geen stevige, stellige kennis er bij? Alle kunst en ook het kunstgenot moet gesteund worden door eene krachtige hoeveelheid werkelijkheid.

— O neen — alle stevige kennis werd mij verboden. Zoo dwaas! alsof ons toch de nieuwe denkbeelden niet toewaaien. Voor wetenschappelijke kritiek werd ik zorgvuldig behoed; toch komt zij van zelve, maar ik hoorde er alleen zoo veel van als sterkte om het oude te doen vervallen: niet genoeg om iets nieuws te stichten. De gewone ellende van hen, die met een vrijen geest geboren, in den kring van het oude gezag worden opgevoed. Die komen altijd om. Marciana wil mij ook altijd aan het werk hebben.

— O, als die u wilde helpen, welk een krachtige geest en welk een groot talent.

Askol, de beeldhouwer, was met Marciana in druk gesprek geweest, toen zijn oog op Aisma viel en hij haar vroeg:

#— Wilt gij mij eens met hem in kennis brengen; hij boezemt mij veel belangstelling in en ik acht zijn werk verbazend hoog. Nog nooit is de oude wereld

Sluiten