Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZÓNË.

— Rome is eene wereld, dat voel ik al; maar ik heb nog geen geheel-indruk; ik heb nog te veel onderdeelen te bestudeeren.

— Als gij een ouden gids wilt hebben, zal ik het gaarne zijn; ik ken mijn Rome.

— Met genoegen; u kent de toegangen en alle hoëkjes en gaatjes der galerijen.

— Ja, ik ken Rome. Eerst is het vreemd, en valt tegen — is het niet?

— Wel, eerlijk gezegd, ja. Ik spreek niet van

de schilderwerken, maar anders

— Dat gebeurt ieder die oprecht is. Gij 2ijt' te goed voorbereid en te huis in de groote schilderwerken. Maar den meesten, zelfs kunstenaars, vallen de groote Italianen tegen.

— Natuurlijk! men is aan zulke grootsche waarheid niet gewoon; men kent of eene lagere soort van waarheid of een valsch effektbejag. En hier is niets oppervlakkigs; maar men moet dieper doordringen en er vertrouwd mee worden.

— Zoo ook met de ruïnes; hoe arm en vervallen komen zij ons eerst voor en ook kleiner dan wij dachten. Eerst moet de verbeelding die met gaten ingevreten en grauwe vlakken weer met blank en gekleurd marmer bekleeden, aan die afgebrokkelde lijnen haar zuiveren omtrek geven. — Toch is Rome een wondervolle stad, daimonion ptolietron. Men kan niet zeggen, dat de kunst hier in ieder opzicht schooner is; de Grieksche bouwkunst, zelfs in hare bouwvallen, staat ver boven de Romeinsche, wij

Sluiten