Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

151

Voor schoonheid komt wat werkelijk is;

Ook de bokspoot heeft charmes en rechten, De boksreuk wijkt geen ambrosischen geur,

Onze sik geen Charitenvlechten.

Nu treedt Midas op als kunstrechter:

Ik, koning Midas, schoon mijn hand Met lier, penseel noch beitel speelt, Ik ben toch met gezond verstand Met oog en oor bedeeld; Dies maakt partijzucht mij niet blind. Kritiek is wat men zelf bevindt, Geen regel dien een ander biedt. Mij dunkt Apolloons oude lied Wat afgezaagd; voorts, hij begaat, Ik mag 't niet zwijgen, plagiaat, Hij 's niets pikant, is ook profaan, En d'interpunctie gaat geheel niet aan Dat gehoon", dat „hoog", dat „ideaal", Och, alles maar een leege schaal; Wij willen 't nieuw vooral, zelfs pornoplastisch, ' Kras; ongelikt,-eyniek en drastisch. Durf alles aan, ofschoon 't al stinkt, Geef enkel wat als werklijk klinkt. Apolloons oude leer is saai en dood, en 'k wijs Aan Marsuas den dichtersprijs.

Derde tafereel; Satyrs en Silenen dansen wild om Marsuas. Chariten, hand aan hand in reien, met zwevenden voet, omringen Foibos Apolloon; Musen bekransen hem met lauriertakken. Aan Midas' hoofd ziet men, grooter en grooter, en paar ezelsooren

Sluiten