Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

AMAZONE.

handeld had en dit heeft mij verbitterd en tegen de menschen ingenomen. Als men niet het voorrecht heeft lichtzinnig te zijn dan maakt zoo iets ons melancholiek en doet ons alles ten kwade zien.

— Tenzij men er de goddelijke ironie over laat heerschen, die de wond heelt en ons verder gevoelloos maakt voor zulke kwetsingen. Zoo heb ik gedaan.

— Gij? Is dat dan bij u de achtergrond van uw opgeruimd meesterschap over gevoel, dat ik wel eens koelheid vond?

— Ik ben niet koel: ik had juist te veel van het tegendeel; maar ik heb een harde leerschool gehad om niet zacht te zijn. Aisma, uw openhartigheid vordert de mijne. Laat ik het u zeggen, ik ben ook niet gelukkig geweest. Ik heb schrikkelijk geleden, in mijn huwelijk. Het zou mij stuiten onedel te spreken van een man die braaf was, maar wij pasten niet bij elkander. Of de oorzaak bij mij gelegen hebbe, — het zij zoo, maar: wtat ik verlangde was niet onredelijk of slecht. Het kwam voort uit mijn aanleg, de behoeften van mijn geest. Ik was vroeg wees en nu bij dezen dan bij gene van mijne verwanten ingedeeld — een lastpost.—Toen droomde ik een droom van liefde, met een onervaren hart, het hart van een kind van zeventien jaren; de jonge man was mooi, teeder voor zijn jeugdig vriendinnetje; hij zeide mij boven allen te verkiezen — tot ik op een dag bemerkte dat hij al lang eene andere beminde. Later vond ik dat heel gelukkig, want hij beduidde niets,

Sluiten