Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

201

maar toen .... toen was mijn ideaal verwoest. Een paar jaren daarna maakte ik kennis met een geacht en aanzienlijk man; welwillende verwanten fluisterden mij in dat hij mij ten huwelijk wilde vragen. Dat onthutste mij, want mijn hart was nog niet genezen. Maar dat een geacht man, in een hooge maatschappelijke positie mij ernstig scheen lief te hebben, dit bracht mij er toe zijne hand aan te nemen. Dat zou rust zijn, dacht ik. Ik was nog zeer jong en hij veel ouder, maar ik meende dat zijne geposeerdheid mij ten nutte zou komen. Ik was vroeg op mijzelve en daardoor gewend veel te denken, veel in mijzelve te leven zonder mededeeling. De noodzakelijkheid om voor mijn eigen ziel te zorgen maakte mij ook al vroeg zelfstandig. Ik meende ondervonden te hebben dat mijne poëzie en mijne idealen iets waren dat tot de boeken behoorde, niet tot de werkelijkheid. Ik stootte mijn idealen weg. Ik zou nu een eigen te huis hebben, ik dacht dat mijn altijd nog te wild hart nu voor goed beveiligd zou zijn in de regelmatige rust. Mijn man was kundig, maar gewoon, practisch en precies; stipt in de plichten zoowel als in de onbeduidende vermaken der wereld. Hij had besef noch behoefte daar buiten te gaan.

Allengs, allengs, evenwel, verrees in mijn hart een zachte stem: Is dit dan alles? Is het daarmee gedaan? Zwijg, ondankbaar hart.

Maar de stem wies aan; behoeften, wenschen, aspiraties vormden zich, ol een levend leven te hebben! Wat ik leven noemde. Ik had zoo gansch

Sluiten