Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

259

Hij speelde daar een Venetiaansch gondellied doorheen en zei toen weer:

— Waarom zijn leven bedorven met muizenissen? Het leven is er te kort voor; een dag dien wij bederven komt nooit weerom.

— Salviati, ik bewonder u; gij die zoo veel ondervonden hebt, — gij die hier het leven in al zijn glans en zegeningen ziet, zonder dat het gemis u kwelt

— Ik beb meer dan de meesten, zeide hij en nu was er iets in zijn toon dat zelfs ernst was en Marciana te meer trof —ik zie er die schoonheid hebben en kennis en rijkdom, en die zich zeiven kwellen met de moeite om leed te zoeken. — ik heb geen van die drie, en als ik nu mij zeiven ging kwellen, had ik niets; nu ik de vroolijkheid heb, heb ik meer dan de anderen.

— En gij hebt uw geloof?

ÉE f°Ch' ~~, f erliïk geze^d' ik denk nJet dat het geloof er veel toe doet. Pater Pecchi wilde mij beduiden dat dit leven niets is dan een station waar men zit te wachten op den trein naar het betere — zonder krukken. Maar zoolang ik hier nog daarmede moet voorthuppelen heb ik niets aan dat latere. Zitten wachten op dat betere? En mij intusschen in de wachtkamer vervelen? Dan maar liever vroolijk voortgehuppeld.

hJ~ ?'p°iet h.Ct..dl!S niet uit verwachting van dat betere? Rekent gij daar niet op?

— ChUo sa? Chi lo sa? Ik moet voor het oogen-

Sluiten