Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI.

Allengs werd Marciana door haar eigen gemoedsbeweging overwonnen; stuk bij stuk voelde zij zich hare wapenrusting ontvallen. Niet zoo als bij de fiere pantsermaagd, de Walkure Brunhilde, werd haar de maliënkolder op eens van het lijf gesneden, maar malie bij malie liet van zelf los, voor dat zij het geheel wist. Nog eenige tijd, en zij zou zich weerloos zien.

Hunne neiging was niet als een vlammend vuur op eens uitgeslagen; zij was van lieverlede gerijpt, half onbewufit; wederzijdsche studiën en sympathieën hadden ze ontwikkeld. De omgang met Aisma was eerst ene weetgierigheid geweest die belangstelling werd; haar vrouwelijk zelfgevoel had de prikkeling ontwaard om hem niet onverschillig te wezen; de schermutselingen van hunnen geest en de overeenstemming in de kunst hadden hunne gemeenzaamheid doen groeien; er had zich een rijk poëzievol leven tusschen hen ontplooid, en dat leven was haar eene aanvulling van haar zelve, eene behoefte geworden. Hunne gesprekken over kunst en poëzie waren de inslag in het weefsel van hun beider zielen geworden en zij zouden er niet meer uit kunnen verwijderd worden zonder het weefsel te schenden. Allengs hadden die draden het oude doek overdekt

Sluiten