Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE;

271

een handschoen, het bruine vuil verdween en meer en meer werd het goud zichtbaar. Ja, de ring was van goud en zij maakte hem geheel schoon tot hij blonk als een effen trouwring. Er waren lettertjes in gegrift, flauw zichtbaar, maar zij kon ze eerst niet ontcijferen. Eindelijk las zij het; het was een van die bekende Romeinsche ringen en er stond op: Amo te — ama me. Zij fluisterde die woorden met zachte stem; het klonk zoo welluidend toen zij die woorden hardop uitsprak en haar hart zwol, voller en voller, en zij voelde zich zwichten.

Toen wierp zij zich op haar bed; zij hoorde haar uurwerk tikken en voelde het bonzen van haar hart.

Kracht — zwakheid

kracht — zwakheid zoo tikte en bonsde het in beiden heen en weder; altijd slingerend tusschen de twee uitersten. Zal het nooit in het midden blijven staan? Ach, als het stilstond was het te laat. Of zegt het

zelfzucht — liefde

zelfzucht — liefde? Zij stond op en ging schrijven; dichtregels, onsamenhangend, wild. Haar hoofd zonk tegen den stoel en de sluimer overmande haar. Later schrikte zij wakker; — zij had gedroomd van de twee rozenknoppen. Aisma had haar die eens gegeven en toen zij ze 's avonds van haar borst afnam waren zij daar

Sluiten