Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

280

AMAZONE.

mijn trouwe, goede, heb ik uw vergeving toch noodig. Eens zeg ik veel meer, en zeg u ons alles omtrent Askol, — maar later, als wij eens zeer vertrouwelijk spreken. Ik heb hem geschreven, gij kunt hem gerust ontmoeten, er is geen misverstand meer.

— Maar nu terstond zal ik u ook duidelijk zeggen waarom ik vroeger getwijfeld en gestreden heb, waarom ik daarna zoo halsstarrig heb volgehouden. Hoe weinig dacht gij, toen ik mij beleedigd vond door uwe vraag en ik u zoo koel behandelde, omdat ik mij groot wilde houden tegen u, dat ik eigenlijk toen haast aan uw hals had willen vallen en u alles bekennen en zeggen: neen het is geen vriendschap, het is liefde. Maar ik was niet met mij zelve tot klaarheid. Ach, gij moet mij begrijpen; ik heb zoo veel geleden, vroeger, zo veel misrekening en miskenning, zoo veel dorheid en platheid gezien. Toen heb ik als de Amazonen het gevoel uit mijn borst willen verwijderen, dat zoo veel ellende geeft als het gekrenkt wordt. Ik heb behoefte aan vrijheid en mijn eigen aard, en ik vond daarin het eenige middel om die te behouden. Dat was mijn eenige twijfeling. Maar nu begrijp ik, dat ik mijn .vrijheid en eigen denkbeelden u niet ten .offer behoef te brengen, — dat ik ze niet verlies als zij vrijwillig om u heen hun ranken winden; gij zult ze niet afsnijden en miskennen, niet waar?

Dat ik u zou verheffen en groot maken, zoo als gij mij zeidet, — o maak mij niet te trotsch, want ik zou het wel gaarne willen gelooven.

Sluiten