Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

gezondheid op te kweeken, ook het verstand met soorten van kennis te voeden, — zelfs den smaak voor het kunstschoon te veredelen, — dan in het kind een kompleet en sterk karakter te ontwikkelen, en den wil te leiden naar „de eeuwige waarheid en zieleschoonheid."

De Romeinsche wijsgeer Epiktetus zegt: „Gij zult den staat een grooten dienst bewijzen, wanneer gij, in plaats van statige paleizen te bouwen, u bemoeit om de zielen van uw medewerkers te verheffen, want het is veel beter, dat de menschen, met een hoogstaand karakter, wonen in lage hutten, dan dat lage zielen huizen in grootsche zalen."

Swift geeft in zijn „Gulliver" den raad, bij de keuze van personen voor het een of ander gewichtig staatsambt, meer te letten op de moreele eigenschappen, dan op bekwaamheden en talenten. Naar zijn meening kunnen de meest sublieme geestesgaven nooit vergoeden het gemis aan zedelijke eigenschappen. Hij acht het derhalve krimineel gevaarlijk regeeringsambten toe te vertrouwen aan begaafde mannen, die geen zedelijken ondergrond hebben, daar de ervaring leert, dat juist de menschen met groote talenten het best in staat zijn hun ondeugd listig te verbergen of — in dienst te stellen van het kwade.

Terecht zegt Rousseau: „Een groot meneer kan ten slotte ieder zijn, maar niet ieder kan een mensch zijn."

Om een mensch te zijn, in den vollen zin van het woord, moet het individu heel wat arbeid aan zichzelf verrichten, een verbitterden en ongenadigen strijd voeren tegen zijn grove, dierlijke, instinkten, en dit is slechts mogelijk, wanneer de goddelijke Geest de ziel des menschen herschept en zijn oog opent voor het machtige levens-ideaal, dat het evangelie ons teekent.

Juist hier zit de fout van de opvoedings-methode.

De menschen meenen in hun onnoozelheid nog altijd, dat

Sluiten