Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

de industrie-tentoonstelling te Nisjni-Nowgerod, een doek van Kassatkin, met het bijschrift: „Mijnwerkers bij ploeg-wisseling", — een goed gelukt zinnebeeld van de heele industrie, en — indien ge wilt — van heel ons moderne leven.

Op dit doek ziet ge het interieur van een ontzaglijke arbeiderskazerne, boven een mijnschacht. Het is vroeg in den morgen. Het begint juist te schemeren. De nachtploeg der kolendelvers komt uit de mijn aan de oppervlakte. Ze gaan daarheen, moede, zwart van het stof, zoodat men alleen het oogwit ziet in hun gelaat. Hun uiterlijk is donker-rustig, alsof ze een zwaar geheim hebben te verbergen. Mij dunkt, de vroegere Romeinsche zwaardvechters zijn met zulk een blik der oogen de arena binnengetreden en aan de keizerlijke loge voorbijgegaan, roepend: „Ave Caesar 1 morituri te salutant". (Wees gegroet, Caesar 1 Zij die gaan sterven groeten u!).

De andere groep wacht op het oogenblik, dat zij naar beneden moet. De korte slaap heeft de krachten ternauwernood hersteld. De mannen gapen en rekken zich uit. Een uitgeputte jongen is, in de enkele minuten wachtens, in slaap gezonken.

Zijn bleek, verwelkt, gezicht duidt er op, dat hij niet zoo lang meer het mijnwerk zal verdragen. Het licht gaat bij hem uit. Maar.... „voor hem een ander."

Denk voorts aan de ontroerende schilderingen van de arbeidersellende, gelijk we die vinden bij de nieuwere realistische schrijvers zooals: Q. Hauptmann („De wevers"), en M. Gorki („In het nachtasyl"), — en ge zult toegeven, dat zoowel de woordkunst der dichters, als de plastische kunst der schilders en beeldhouwers, voor een groot deel wordt geinspireerd door de waarheid, dat de kuituur aan de menschheid niet het, voor het ware levensgeluk noodzakelijke, levensevenwicht heeft geschonken.

Waarlijk, wij koopen onze aardsche goederen duur. Wij betalen voor de millioenen centenaars kolen, staal en goud,

Sluiten