Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

menschelijk denken is het begrip, dat de menschen zich vormen omtrent datgene wat de evangeliën het koninkrijk Gods noemen.

Van der jeugd aan is deze uitdrukking aan een ieder bekend, — inzonderheid aan hen, die een christelijke opvoeding hebben ontvangen.

Het kind, dat nog niet eens lezen kan, zegt op het voorbeeld der grooten, de bede van Jezus' gebed: „Uw koninkrijk kome 1" En in het verdere verloop van ons leven ontmoeten wij deze uitdrukking gedurig in de christelijke wereld.

In het evangelie wordt van géén ding zoo herhaaldelijk en uitvoerig gesproken als van het rijk Gods.

Het is de grondgedachte van de geheele leer van Jezus, een gedachte, die, hoe verder ge in het evangelie komt, steeds in klaarheid en diepte van voorstelling toeneemt.

Men zou kunnen zeggen, dat er in de evangelie-verkondiging van Jezus geen woord, en geen handeling is, die niet betrekking heeft op het rijk Gods.

Op den berg predikt Jezus de wetten van het rijk Gods; aan den oever van het meer ontsluiert hij door gelijkenissen iets van de geheimen van het koninkrijk, iets van zijn oorsprong en ontwikkeling, van zijn strijd en triomf. Leert Jezus ons bidden, dan trekt hij de aandacht samen om dat koninkrijk. Door de zending der apostelen zorgt Jezus, dat het door hem gestichte rijk zijn zegevierenden loop begint door de geheele menschheid heen.

Jezus' verheerlijking voor het oog der volgelingen dient om een indruk te geven van de sublieme schoonheid van het leven in het rijk Gods.

Kort saamgevat ligt de geheele economie, de inrichting en het effect van Jezus' leer besloten in deze twee woordjes: rijk Gods.

Wilt ge de beteekenis van Jezus' verschijning op aarde

Sluiten