Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122

Hoe had zich zijn leven „ontwikkeld"?

Wat vreemde macht had zich geschoven tusschen dat jeugdgeluk, dat heilig idealisme, en dat latere, trieste leven?

Gelijk bladeren, die door een onweder zijn losgerukt en voortgejaagd, stormen aan zijn herinnering de beelden van het verleden voorbij, en leggen zich tenslotte als een zware last op hem, zij drukken hem het hoofd naar beneden, zij verpletteren zijn borst

Een nameloos leedgevoel, een onbeschrijfelijke smart, om een onherstelbaar-verloren goed, een onbegrensde zelfverachting om verkwiste krachten, een vergooid leven, maakt zich van hem meester.

En daar komt, juist door de absolute hopeloosheid, een kentering. De wanhoop bréékt hem.

Hij geeft het op. Hij verklaart zichzelf bankroet.... Uit zijn oogen breken.... eindelijk 1.... de tranen, maar deze tranen ontlasten hem tevens van een gevoel, dat erger is dan de dood.

Het was, of alle zielevuil door deze tranen werd weggespoeld. Hij haat dat leelijke, dat zondige, hetwelk hem zijn God en zijn vrede ontnam, en hij kent slechts één uitkomst, één geluk, dat hij weer met God in het reine mag zijn, dat hij zijn ziel niet langer verkrachte en zijn God niet langer miskenne, — en daarom bidt hij, — en dit bidden is in den diepsten grond niet een bedelen om strafkwijtschelding of om een plaatsje in het paradijs, maar wel waarlijk een kreet tot den levenden God om God!....: „o God, wees mij zondaar genadig!"

Dit breken van het hart is het aanbreken van het rijk Gods op aarde.

Hier begint de wedergeboorte der menschen, de persoonlijke vernieuwing der maatschappij, van alle sociale verbetering.

Sluiten