Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

Hoever is dus, — ook nu nog, — de groote menigte verwijderd van het rijk Gods, - en hoezeer is het noodig, dat er arbeiders opstaan, vervuld van Gods Geest, om de massa te bewerken, om haar de oogen te openen voor de eeuwige schoonheid en vruchtbare kracht van het ware evangelie!

„Liefde, zooveel mogelijk liefde!" — luidt de stem van het evangelie.

— „Liefde, zoowel voor den naaste, als ook voor de waarheid 1"

Er is een beginsel van het rijk Gods op aarde, maar voor verreweg het grootste deel der menschheid is het nog verborgen achter een voorhangsel van leugen, geweld en egoïsme.

De zon van onbaatzuchtige, opofferende, liefde moet den nevel wégstralen.

Het leven van hen, die zich christenen noemen, moet de bekorende, mééslepende, verwerkelijking zijn van het machtig ideaal der evangelische waarheid, ja, een bezielende hymne op het rijk Gods.

Wanneer dit geschiedt zullen vele, nu nog aarzelende, zielen worden gewonnen, gelijk het geestdriftig verhaal van den reiziger over de betooverende schoonheid van de door hem aanschouwde landen, van de weldadige kracht der reine berglucht, van de mystieke schoonheid der ongerepte wouden, ook de onaandoenlijkste harten tot reizen verlokt.

Een zoodanige bemoeienis ter bearbeiding van den bodem voor het evangelie, - een voorlichting omtrent de beteekenis van het Godsrijk, — een opwekking van de belangstelling voor dat geestelijk rijk, - is des te meer van noode, omdat, tegelijk met de verkondiging van den eisch tot boete en berouw, die de voorwaarden zijn voor den triomf van het rijk Gods, ook een leer dóórdringt, waarin de komst van de gouden eeuw van welvaart en geluk slechts afhankelijk gesteld wordt van een sociale omvorming der maatschappij, hetzij in

Sluiten