Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEEUWERIK

Blijft gij nooit éen blanken uchtend, Leeuwrik, zingen hier beneên,

Die uw nachtlij k nest ontvluchtend Door de zilvren neevlen heen

Vleuglings vindt de gouden wegen Waar uw aadmen juichen wordt,

Tot uw zang in vuren regen Naar de koele vore stort;

Zingt gij nooit de roode smarten

Van den duistren aardenacht, Wordt het bloeden onzer harten

Wel gestelpt, maar nooit verklacht?...

In het ijle blauw verloren

Volgt mijn oog met meer uw vlucht, Maar uw antwoord dwaast mijn ooren

Met zijn zaligend gerucht:

Steeds, uit vreugd of smart gerezen, Heeft de ziel uw vreugd verstaan,

En tot uwe vreugd genezen, Ons gemeen geheim geraên:

Alle smart omhooggedragen Meerdert vreugdes gouden schat:

Slechts de vleuglen die ons schragen, Zijn van aardes tranen nat.

(Carmina)

28

Sluiten