Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de laatste bries, waarin de dag uitblies,

heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid, al het goud van je verering aan haar oude, wankele

[voeten!

Op je bloed,

als een vloot triomfant:

wil

de stad te zetten blok na blok

tot een kathedraal over haar;

uit het gonzen der stemmen millioenen,

tinkelen der trems:

kinderen roepend mekaar van ver en nabij (je ziel gewerkt door alle geruchten als rook die in de regen slaat) bronzen klok voor haar lof, en de lichten van je liefde van pijler tot pijler !

O te zijn in dit avonduur om haar van de Stad de grote minnaar — je draagt haar op je hand zo men ziet heiligen dragen kerken en kloosters op hun handen, lach van je ziel doolt met de blauwe wierook uit je pijp door alle straten.

{En de muziek van je ogen hommelt ver het land in

dat zich alom heeft gezet aan de stad als een hef aan haar Hoogliefs voeten.

4*

Sluiten