Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PERCY BYSSHE SHELLEY

AAN CO REYNEKE VAN STUWB

I. PROÖIMION

Soms, als men diep in zijn gedachten khmt Naar de aan het zwarte azuur te ziene plekken, De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken,

Wier magisch scheemren weifelend verschimt,

Vedangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt, Beide armen ijlings voor zich op te strekken In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen dekken,

Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't

Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen Al wie op aarde in 't Onverderflijk-Schoone Leefden, en schiepen wat niet kan vergaan.

Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid

loonen...

Aischulos vluchtte voor der burgren hoonen, En Shelley is op zee door moord vergaan.

47

Sluiten