Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZANG VAN NACHT EN TIJD

Raadsel van 't Oogenblik! Met mijne heete handen op 't wit papier, zoo zit ik hier in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden van 't Heden.

Water van 't meer, ik hoor uw golven spoelen aan duist'ren wal — En fluist'ren zal de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen aan dit Zelf.

Nacht, zwart en dicht, stil en ontastbaar boven

d'onstilb're golven,— Zoo blind bedolven is mijn wild leven onder 't donkere verdooven der Toekomst.

Moeder, Vader, Vrienden, Waarom uw vragende oogen, en door den nacht waarvóór uw zacht geklag? Mijn hart is wond, ik hèb u met bedrogen, de Tijd gaat —

Vrouw, die mij houdt in uw goud-lichte leven omhuld, o Uw is 't gulden Nu. Voed de uren als een durend vuur, — wee, dat het bléve het Oogenblik.

94

Sluiten