Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONZICHTBARE

Ik wil tasten den Boom, die in den nacht

Verrijst van de wazige aarde... Ik zie hem met; ik zie de duizend bloesems lichten

Flonkerend op de winde-zucnten, Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde.

Ik wil aanraken den duisteren Boom, Die stijgt uit de wereld, en den hemel Vult met zijn zachte takken-gewemel, —

Ik wü grijpen den tronk en schudden dit wonder, Opdat ik wierd bedolven onder

Die bloemen van lucht en van goud, een droom

Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen...

Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen...

Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft!

De tintlende starren, zij vallen niet,

Lachende neder uit den hooge

Naar dit kind, het eeuwig bedrogen

Mensenkind dat streeft

En tast en niet ziet,

Verlangt, en lacht 't Verlangen aan,

zijn tranen-ruischende Schoonheid.

1913

96

Sluiten