Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDICHTEN

a. nederlandsche

Frans Bastiaanse, Gedichten (2e dr. 6/lle duizend)

L 0.55 C. 1.05

„Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk kenmerkend voor dezen dichter is."

Hofstad.

S. Bonn, Wat Zang en Melody, met een woord tot inleiding van L. Simons. I. 0.55

,Bonn is een vogel, die een wijsje kweeleo moet als

de zon schijnt, het landschap lacht."

Zangen van Hoop. I. 0.75 C. 1.25

„Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." Het Centrum.

„Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen dichter, wiens boekje weldadig aandoet." Het Tooneel.

RBNé de Clercq, Van Aarde en Hemel. (De Appel Hemelbrand - Ahasvar - Doemsdag). I. 0.75

Uit Zonnige Jeugd. C. 1.05

„Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. Utrechtsen Dagblad.

P. N. van Eyck, De Getooide Doolhof en andere gedichten.. I. 0.55 C. 1.05

Gedichten. (Het Ronde Perk - Lichtende golven) I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 „Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke rhytme." Nieuws v. d. Dag.

| P. A. de Genestet, Complete Gedichten, voorzien | van portretten van De Génestet en mevrouw De

Sluiten