Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vlugge paarden, en knechts, trouw als goud. Je bent minstens even rijk als iemand hier in de gemeente, en je hoeft niet bang te zijn, dat je ooit straat-arm wordt."

„Ja, maar ik ben ook niet bang voor armoede," zeide hij als antwoord op zijn eigen gedachten. „Ik zou al tevreden zijn, als ik even braaf was als Vader en Grootvader.

„Hoe dom, dat ik daar nu over ga denken," zei hij, „want ik was daar straks juist zoo blij. Maar als je nu maar dit alleen neemt: in Vaders tijd richtten zich al de notabelen naar hem. Op denzelfden morgen, dat hij ging maaien, maaiden ze ook, en op denzelfden dag, dat de akker op Ingmarshoeve geploegd werd, zetten ze allen in 't geheele dorp den ploeg in den grond. Maar nu heb ik al een paar uur hier geploegd, zonder dat iemand maar zelfs een ploegschaar begint te slijpen."

„Ik geloof toch, dat ik de hoeve even goed bestuur als een van de andere Ingmar Ingmarsens," zei hij. „Ik krijg meer voor mijn hooi dan Vader, en ik vergenoeg mij niet met de kleine, met gras begroeide dijken, die in zijn tijd door onzen akker liepen. En 't is de waarheid, dat ik het bosch niet zoo slecht behandel als Vader, die 't geheel afbrandde."

,,'t Is wel hard, en ik kan er niet altijd zoo goed tegen als vandaag," zei de man. „Toen Vader en Grootvader leefden, heette het, dat de Ingmarsens zoo lang in de wereld geweest waren, dat ze wisten hoe onze lieve Heer het hebben wilde, en de menschen kwamen ze gewoonweg smeeken dë gemeente te besturen. Ze stelden den dominee en den koster aan, en bepaalden wanneer de beek zou worden schoongemaakt en waar de school gebouwd zou worden. Maar mij vraagt niemand om raad, en ik heb niets te vertellen.

In ieder geval is 't een wonder, wat al zorgen je gemakkelijk draagt op een morgen als dezen. Nu kan ik bijna om alles lachen. En toch ben ik bang, dat het in den herfst nog erger met me wordt dan vroeger. Als ik doe waar ik nu over denk, komt noch de proost, noch de burgemeester me meer een hand geven na kerktijd op Zondag. En dat hebben ze ten minste tot nu toe nog gedaan. Ze hebben me niet eens in 't armbestuur gekozen, en ik hoef er niet aan te denken ooit kerkvoogd te worden."

Nooit kan een mensch zoo gemakkelijk denken, als wanneer hij achter den ploeg loopt, langs de eene voor na den andere. Je bent alleen en niets stoort je, dan de kraaien, die over de opgeploegde aarde loopen en naar wormen pikken. De man vond, dat de gedachten zoo gemakkelijk in zijn hoofd kwamen, alsof iemand ze hem in 't oor gefluisterd had. En daar hij zelden zoo helder en vlug denken kon als op dien dag, werd hij opgewekt en blij. Hij begon te meenen dat hij zich onnoodige zorgen

2

Sluiten