Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ritten. Zelfs daar waar hij stond, hoorde hij haar snikken.

Hij stak nu 't plein over, ging naast haar staan en wachtte. Ze schreide zoo hevig, dat ze niets hoorde; hij moest daar lang blijven staan.

„Schrei zoo niet, Brita," zei hij eindelijk.

Ze keek op.

„Groote God! Ben jij hier?" zei ze. Opeens kwam haar alles weer voor den geest, wat ze tegen hem misdreven had, en wat 't hem gekost moest hebben te komen. Ze gaf 'n luiden kreet van vreugd, sloeg de armen om rijn hals en begon weer te snikken.

„O, wat heb ik verlangd, dat je hier zou wezen!" zei ze.

Ingmars hart begon te bonzen, omdat ze zoo blij was.

„Wat zeg je, Brita, heb je naar me verlangd?" zei hy bewogen.

„Ik wou je vergeving vragen!"

Ingmar richtte zich in zijn volle lengte op en werd koud als een steen.

„Dat heeft anders geen haast," zei hij. „Nu vind ik, dat we hier niet moesten blijven staan."

„Neen, 't is hier geen geschikte plaats om te blijven," zei ze ootmoedig.

„Ik heb uitgespannen bij koopman Löfberg," zei Ingmar, terwijl zij den weg opliepen. „Ja, daar staat mijn kist."

„Ik heb haar gezien," zei Ingmar, „maar die is te groot om achter op den wagen te zetten. We moeten haar daar maar laten, tot er iemand om gaan kan."

Brita bleef staan en zag Ingmar aan. 't Was voor 't eerst, dat hij er op doelde, dat hij haar mee naar huis zou nemen.

„Ik kreeg vandaag een brief van Vader. Hij schreef, dat je goed vondt, dat ik naar Amerika zou gaan."

„Ik meende, dat 't niet verkeerd was als je kiezen kon. 't Was immers niet zeker, dat je met my mee zoudt willen gaan."

Ze merkte wel, dat hy niet zei, dat hy 't graag had. Maar dat kon ook wel zijn, omdat hij haar niet opnieuw dwingen wou. Ze kwam in hevigen tweestrijd, 't Was waarlijk niet prettig voor hem, iemand, als zij was, op Ingmarshoeve te brengen.

„Zeg hem dat je naar Amerika wilt. 't Is 't eenige wat je voor hem doen kunt," zei ze tot zichzelf; „zeg het dan nu," drong ze aan. Maar terwijl ze dat dacht, hoorde ze iemand zeggen: „Ik ben zoo bang, dat ik niet sterk genoeg ben om naar Amerika te gaan. Ze zeggen, dat je daar zoo hard moet werken." 't Was of een ander dat antwoordde en zijzelf niet.

„Ja, dat zeggen ze," zei Ingmar stil. Ze schaamde zich over zichzelf en dacht aan wat ze den predikant dien morgen beloofd had — dat ze de wereld in zou gaan als een ander, beter mensen.

18

Sluiten