Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was steenig en heuvelachtig, maar wel te berijden voor een wagen met één paard. Juist toen hij daar in wilde rijden, riep iemand hem. Hij zag öm. Het was de postbode, die hem een brief gaf. Ingmar nam dien aan, stak hem in den zak en reed het bosch in.

Zoodra hij zoo ver weg was, dat niemand hem zien kon, hield hij stil en haalde den brief te voorschijn. Maar op 't zelfde oogenblik legde Brita haar hand op zijn arm. „Lees hem niet," zei ze.

„Moet ik hem niet lezen?"

„Neen, 't is niet de moeite waard."

„Hoe kun je dat weten?"

„Die brief is van mij."

„Dan kun je me zelf wel vertellen, wat er in staat." „Neen, dat kan ik niet."

Hij zag haar aan. Ze was gloeiend rood en een woeste angst was in haar oogen.

„Ik geloof dat ik hem toch lees," zei Ingmar. Hij wilde dén brief openbreken; toen probeerde Brita hem die uit de hand te rukken. Maar hij belette het haar en kreeg 't couvert open.

„Groote God!" jammerde zij. „Niets wordt me ook bespaard."

„Ingmar," smeekte ze, „lees hem over een paar dagen, als ik weg ben."

Hij had hem al opengevouwen en begon te lezen. Ze legde de handen op 't papier.

„Luister nu, Ingmar, de predikant in de gevangenis heeft me dit laten schrijven, en hij beloofde me den brief te bewaren en je dien te zenden als ik aan boord was. Nu heeft hij hem te vroeg gestuurd. Je hebt nog geen recht hem te lezen. Laat me eerst heengaan, Ingmar vóór je hem leest."

Ingmar keek haar boos aan, sprong uit den wagen om rust te hebben en ging den brief staan lezen. Hij was zóó opgewonden, als hy vroeger worden kon, als hij zijn zin niet kreeg.

,,'t Is niet waar, wat daar staat! De predikant heeft me overgehaald. Ik houd niet van je, Ingmar!"

Hij keek op en zag haar met groote, verwonderde oogen aan.

Toen zweeg ze, en de ootmoed, dien ze in de gevangenis geleerd had, kwam weer over haar, en bedwong haar trots. Ze leed geen grooter schande, dan ze verdiend had.

Ingmar stond steeds te lezen. Plotseling frommelde hij den brief in elkaar met een woeste beweging, en uit zyn keel barstte een geluid, dat op rochelen geleek.

„Ik kan hier niet wijs uit worden!" zei hij heesch en stampvoette. „Alles draait om me heen."

Hij kwam naar Brita toe en greep haar hard bij den arm. „Is 't waar, dat"er in dien brief staat, dat je van me houdt?"

23

Sluiten