Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar moeder Stina begreep, dat Karin hun zoo iets vreemds niet vragen zou, als ze niet dringend hulp noodig had. Ze nam een kloek besluit en zei:

„Je hoeft er niet meer over te praten, Karin. We willen alles doen wat we kunnen voor de Ingmarsens."

„Ik dank u," antwoordde Karin.

Moeder Stina en Karin praatten er nog lang over hoe Ingmar 't hebben zou, maar Storm nam den knaap mee naar school. Daar zette hij hem in de bank naast Gertrud. Heel dien eersten dag zei hrj geen woord.

Tims Halfvor bleef een heele week van den schoolmeester weg, alsof hij bang was Karin weer te ontmoeten. Maar op een morgen, dat het slagregende en er geen klanten te wachten waren, kwam een groot gevoel van moedeloosheid over hem.

„Ik deug nergens voor; niemand heeft achting voor me," dacht hij en hij kwelde zichzelf, zooals hij voortdurend deed, sinds Karin hem had afgewezen. Eindelijk besloot hij naar Moeder Stina te gaan om eens met een opgewekt, vriendelijk mensch te kunnen praten. Hij sloot zijn leegen winkel, knoopte zijn jas dicht en kwam naar 't schoolgebouw door storm en regen en kabbelende plassen.

Halfvor vond het zoo prettig daar te wezen, dat hij er nog zat, toen de bel voor de middagrust luidde en Storm met de beide kinderen kwam koffiedrinken.

Ze kwamen alle drie naar hem toe en groetten, maar toen Ingmar hem de hand reikte, was hij weer gaan zitten en praatte zóó druk met Moeder Stina, dat hij den jongen niet scheen te zien. Ingmar bleef een oogenblik stil staan; toen ging hij naar de tafel en ging zitten. Hrj zuchtte een paar maal, juist als Karin gedaan had, toen zij er den laatsten keer was.

„Halfvor is hier om zijn nieuwe horloge te laten zien," zei Moeder Stina. En Halfvor trok een nieuw zilveren horloge uit den zak en liet het zien. 't Was heel mooi, héél klein, met een verguld bloempje op de kast. De schoolmeester deed het horloge open, ging in de school om een vergrootglas te halen, klemde dat vast in zijn oog en bekeek het uurwerk. Hij stond er lang naar te kijken hoe de wieltjes in elkaar grepen. Hij had nooit zulk een goed werk gezien, zei hrj. Eindelijk gaf hij Halfvor 't horloge terug, en die stak het bij zich. Maar hij zag er niet trotsch of blij uit, zooals menschen gewoonlijk doen, als men prijst wat ze gekocht hebben.

Ingmar zweeg onder 't eten; maar toen hij zijn koffie uitgedronken had, vroeg hu' Storm, of hij verstand van horloges had.

„Ja," antwoordde de schoolmeester. «Je weet wel, dat ik van alles verstand heb."

45

Sluiten