Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WILDE JACHT.

Er waren velen, die vonden, dat Eljas Elof Erson geen rust had moeten vinden in zijn graf, zoo leeüjk had hij tegen Karin Ingmarsdochter en jongen Ingmar Ingmarsen gedaan.

Met opzet had hij, meende men, 't geld van hem en Karin verkwist, opdat zij 't moeilijk zouden hebben na zijn dood, en had hun land zoo met schulden bezwaard achtergelaten, dat Karin het aan de schuldeischers had moeten afstaan, als niet Halfvor Halfvorsen zóó rijk was geweest, dat hij de hoeve had kunnen koopen en de schulden betalen. Ingmar Ingmarsens twintig duizend kronen, die Eljas te beheeren gehad had, waren alle verdwenen. Sommigen meenden, dat Eljas ze in de aarde had verstopt, anderen, dat hij ze weggegeven had, maar dit is zeker, dat ze nergens te vinden waren. Van dit alles had niemand iets geweten voor na de boedelbeschrijving. De executeurs hadden Eljas' geld loopen zoeken dagen lang, maar ze hadden niets gevonden.

Toen Ingmar hoorde, dat hij arm was, sprak hij er met Karin over wat hij nu doen zou. Ingmar zei, dat hij 't liefst schoolmeester zou worden. Hrj verzocht Karin hem bij Storm te laten blijven, tot hij oud genoeg was om op het seminarium te komen. Daar in de kerkbuurt, zei hij, kon hij boeken leenen van den schoolmeester en van den predikant, en ook brj Storm helpen in school. Dat was een goede oefening.

Karin dacht hier lang over na; eindelijk zei ze:

„Je wilt misschien liever niet hier zijn, omdat je toch 't bestuur over de hoeve niet kunt krijgen."

Toen Gertrud van den schoolmeester hoorde, dat Ingmar weer terug zou komen, trok ze een lip. Ze meende, als er dan toch een jongen bij hen inwonen moest, had 't evengoed de mooie Bertil van den rechter kunnen zijn of de vroolijke Gabriël, de zoon van Hök Matts Erikson.

67

Sluiten