Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lag te bed boven in 't huis, en Karin zat bij hem.

Den heelen dag had Ingmar liggen ijlen. Hij sprak over alles wat er dien dag gebeurd was. Karin begreep al gauw, dat het niet alleen Hellgum en de zagerij waren, die hem bezighielden. Tegen den avond werd hij rustig en helder; toen zei Karin tegen hem: „Hier is iemand, die je spreken wil."

Ingmar antwoordde, dat hij te moe was om iemand te spreken, maar Karin antwoordde: „Ik denk, dat dit je goed zal doen."

Kort daarna kwam Gertrud binnen. Zij zag er ernstig en bewogen uit. Ingmar had ook van Gertrud gehouden, toen ze speelsch en vol scherts was, maar toen had zich altijd iets in hem tegen die liefde verzet. Nu was een lang, moeielijk jaar van verlangen en onrust over Gertrud heengegaan, en had haar zoo gemaakt, dat Ingmar een onweerstaanbaar verlangen voelde om haar te winnen, zoodra hrj haar zag.

Toen Gertrud bij 't bed kwam, legde hij de hand over de oogen.

„Wil je me niet zien?" vroeg Gertrud.

Ingmar schudde het hoofd. Nu was hij als een grillig kind.

„Ik wilde je maar even wat zeggen," zei Gertrud.

„Je komt me zeker vertellen, dat je je bij de Hellgumianen hebt aangesloten," zei Ingmar.

Gertrud knielde neer bij 't bed. Ze nam de hand van zijn oogen weg.

„Ik kom je iets vertellen, wat je niet weet Ingmar," zei ze. Hij zag haar vragend aan, maar sprak niet. Gertrud bloosde en aarzelde, maar toen zei ze: „Verleden jaar, juist toen je van ons heenging, begon ik op de goede manier van je te houden."

Ingmar werd vuurrood; hij lachte een oogenblik van vreugd, maar werd gauw weer ernstig en wantrouwend.

„Ik verlangde zoo naar je, Ingmar."

Ingmar lachte twijfelend, maar streek haar zacht over de hand, als om haar er voor te danken, dat ze zoo vriendelijk voor hem zijn wou.

„En je kwam niet eens bij nnj terug," klaagde zij. ,,'t Was alsof ik niet meer voor je bestond."

„Ik wilde je niet weerzien, voor ik er boven op gekomen was en je vragen kon," zei Ingmar, alsof dit vanzelf sprak.

„Maar ik dacht, dat je me vergeten hadt." Gertrud had tranen in de oogen. „Je kunt je niet voorstellen wat ik voor een jaar gehad heb. Hellgum is heel goed voor me geweest en heeft me getroost. Hij zei, dat mijn hart stil zou worden, als ik 't geheel aan God wijdde."

Ingmar zag haar nu vol verwachting aan.

„Ik schrok toen je vanmorgen kwam. Ik werd bang, dat ik je niet zou kunnen weerstaan, en dat de strijd opnieuw beginnen zou."

Jeruzalem. 8

113

Sluiten