Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het avondeten zou blijven gebruiken. Ze hielden niet op, voor hij dat beloofde.

De koffie kwam binnen; de grootste zilveren kan blonk op het blad, de suikerpot was de oude zilveren, die nauwelijks voor den dag kwam bij bruiloften en begrafenissen, en kleine broodjes waren opgestapeld op drie hooge schalen.

De kleine ronde oogen van den predikant werden eens zoo groot van verbazing. Telkens streek hij met de hand over het voorhoofd, zat als in een droom en was bang, dat hij weer wakker zou worden.

Halfvor liet den predikant de huid van een eland zien, die in den vorigen herfst op Ingmarshoeve geveld was. 't Vel werd op den grond uitgebreid. Nooit had de predikant zoo'n mooi en groot stuk gezien. Karin ging naar Halfvor en fluisterde hem iets toe. Dadelijk verzocht Halfvor den predikant het vel als een geschenk aan te nemen.

Karin haalde uit de blauw geschilderde kasten al het prachtige oude zilver. Over de tafel spreidde zij het laken met breed borduursel, en legde er zooveel zilveren lepels op, alsof ze voor een feest dekte. Melk en andere dranken schonk ze in reusachtige zilveren karnen.

Na den maaltijd wilde de predikant heengaan. Halfvor Halfvorsen zelf en twee van zijn jongens deden hem uitgeleide, baanden een weg door de sneeuwhoopen, hielden de slee vast als ze dreigde om te slaan, en verlieten den predikant niet voor hij goed en wel bij de pastorie was.

De predikant stond behouden op zijn stoep. Hij dacht er aan hoe prettig 't toch was oude vrienden weer te zien, en nam hartelijk afscheid van Halfvor. De boer aarzelde; hij stond naar iets te voelen in zu'n vestjeszak.

Eindelijk kreeg hij er een toegevouwen papier uit. Hij dacht er over, of 't wel paste het nu te geven, 't Was een bekendmaking, die morgen in de kerk moest worden voorgelezen. Misschien wilde de dominee 't nu wel aannemen, dan hoefde hij er niet apart een bode mee naar de kerk te zenden.

Toen de predikant binnengekomen was en 't licht had aangestoken, vouwde hij 't papier open en las:

„Tengevolge van de verhuizing van den eigenaar naar Jeruzalem, wordt de Ingmarshoeve te hoop aangeboden ..."

De predikant kwam niet verder met lezen — hij verdiepte zich in allerlei gedachten.

„Ja, ja, nu is 't dan toch over ons gekomen," mompelde hij — alsof hij van een onweer sprak. „Dit heb ik al jaar en dag verwacht."

141

Sluiten