Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dezen keer gaf ze haar boodschap aan een kind, dat paardje reed op 't hek van de hoeve, en 't kind liep de kamer in en zei het aan de bruid. „Zeg haar," antwoordde de bruid, „dat Ingmar Ingmarsen met zijn bruid danst. Hij heeft geen tijd met iemand anders te spreken."

Toen 't kind met dat antwoord buiten kwam, lachte de vreemde en zei: „Neen, nu jok je, Ingmar Ingmarsen danst niet met zijn bruid." Ze ging niet heen, maar bleef aan 't hek staan.

Kort daarna dacht de bruid: „Nu heb ik een leugen gezegd op mijn trouwdag!"

Ze had berouw, ging naar Ingmar en zei hem, dat een vreemde vrouw buiten stond en hem spreken wilde.

Ingmar ging naar buiten en zag Gertrud aan 't hek staan wachten.

Gertrud ging naar buiten op den weg en Ingmar volgde haar. Ze liepen zwijgend voort tot ze een goed eind van de hoeve weg waren. Van Ingmar zou men kunnen zeggen, dat hij in een paar weken oud was geworden. Tenminste op zijn gezicht lag een uitdrukking van grooter wijsheid en vporzichtigheid. Hij liep meer gebogen, en zag er ootmoediger uit sinds hij rijk geworden was, dan vroeger, toen hij niets bezat.

Hij was in 't minst niet blij, dat hij Gertrud zag. Hij had iederen dag, die voorbijgegaan was, getracht zich te overtuigen, dat hy blij was met den ruil, dien hij gedaan had: „Zie, het is zoo, wij Ingmarsens geven nergens zooveel om, als om te mogen ploegen en zaaien op Ingmarshoeve," had hij by zichzelf gezegd.

Maar wat hem meer pijn deed, dan dat hij Gertrud verloren had, was, dat er nu een mensch was, die van hem kon zeggen, dat hij niet gehouden had, wat hij beloofde. Toen hij naast Gertrud liep, dacht hij alleen aan de woorden vol verachting, die zij recht had tot hem te spreken.

Gertrud ging op een steen aan den weg zitten en zette de mand op den grond. Ze trok den hoofddoek nog meer naar voren dan vroeger.

„Ga zitten," zei ze tegen Ingmar, en wees op een anderen steen, „Ik heb veel met je te bespreken."

Ingmar ging zitten en was blij, dat hij zich zoo rustig voelde.

,,'t Gaat beter dan ik dacht. Ik meende, dat het veel erger zou zijn Gertrud te zien en haar te hooren spreken. Ik was bang, dat mijn liefde mij dan te machtig zou worden," dacht hij.

„Ik zou je niet zijn komen storen op je trouwdag," zei Gertrud, „als ik er niet toe gedwongen was. Ik ga nu uit deze streken weg en kom nooit weer terug. Ik was al klaar om heen te gaan een week geleden, maar toen gebeurde er iets, dat maakte dat ik de reis uit moest stellen om je juist vandaag te spreken."

166

Sluiten