Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fn sDoedia zag ik grootescharen menschen den berg van

Morif optrrkkeVom op8 mij. de zwevende rots, den Heer een Se te brengen en Hem voor Zijn heerlijke schepping te danken.

Toen dit gezegd was, verhief de stem zich tot iets, dat een zang leek En m'de hooge, scherpe tonen, waarin de derwischen den koran plegen op te zeggen, riep zij uit:

Toen bracht men mij voor 't eerst aanbidding en offers, t Gerucht van mijn bestaan verbreidde zich ver in 't rond. Bijna eiken Sg zlg men lange slingerende karavanen neerkomen van witgrauwe bergen en den weg naar Moria zoeken. Voorwaar ik kan «er rmjn schedel verheffen. Door mij ligt de steüe bergtop niet eenzaTm en verlaten meer. Om mijnentwil stroomden zoovee Senschen naar Moria, dat de koopman er voordeel in zag er met Sfn waren heen te trekken, en markt te houden. Om mijnentwil kr^g de bergtop vaste bewoners, die leefden door t verschaffen van brandhout, water, wierook en vuur, duiven en lammeren aan

deD0efaenderre'stem zweeg voortdurend, maar Mrs. Gordon hief haar hoofd op met een uitdrukking van verrassing op haar gezicht Hu, dk, sprak, moest de heilige rots zelf zijn. 't Was *t f °ot^£ dat onder de prachtige mozaïkgewelven in de moskee van Omar rustte, dat ze hoorde spreken. \t:\elTeeTL eenige; mij zullen de menschen nooit

of met sterke tonen werd er geant woord uit de kerk op het heilige graf: „Ge vergeet te vertellen, dat ongeveer op 't midden van dezelfde bergvlakte, waar ge zelf ÏusUe eln któn onbeduidend heuveltje lag, met een nj wilde oïuven begroeid. En ge wilt zeker liefst vergeten, dat de oude tlZ^Srn, die z'oon was van den tweeden stamvader *J menschen Noach, op een dag naar Moria kwam. Hij was zoó oud, Sat hij aan den rand van 't graf stond; hij liep langzaam en met sleependen tred. Hij was vergezeld van twee« zuU ke werktuigen droegen, als men noodig heeft om een graf m den rotswand te houwen." Nu zweeg de oude, gebrekkige stem.

„Ge doet8 alsof ge niet weet, dat Sems vader, Noach den schedel van Adam, den eersten mensch, bezat en bewaarde als een kostende herinnering aan den stamvader van 't menschengeslacht Toen hij stierf, liet Noach den schedel na aan Sem, en niet aan een van zijn andere zonen, omdat hij voorzag, dat van Sem het uünemendste van alle volken zou afstammen. En toen Sem z n dood voelde naderen, besloot hij de heilige herinnering aan zijn geslacht op den berg Moria te begraven. Maar daar hij de gave der

192

Sluiten