Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Moria op Golgotha zouden overgaan."

„Die aardbeving schokte Golgotha," viel de eerste stem in. „De geheele heuvel beefde." —

Ja zeker," hernam de kerk met denzelfden rijken, aan een hymne herinnerenden klank. „In den heuvel van Golgotha kwam een diepe kloof, en daardoor vloot het bloed van het kruis in t rotsgraf daar binnen, en verkondigde den eersten hoogepriester, dat de verzoening volbracht was."

Op dit oogenblik hoorde men uit de kerk een heftig en aanhoudend luiden, en uit den koepel van de moskee stegen de lange, klagende geluiden op, die de geloovigen oproepen tot het gebed Mrs Gordon begreep, dat een van de heilige uren van den nacht was aangebroken, maar dit volgde zóó onmiddellijk op het gesprek over de kruisiging, dat het waarschijnlijk was, dat de beide ouden zich van dit toeval bedienden om lucht te geven aan de fierheid en den ootmoed, die hen vervulden.

Nauwelijks was dit sterk gedruisch afgenomen, of de moskee begon op plechtigen toon: „Ik ben de groote rots, de eeuwige bestendige, maar wat is Golgotha? Ik ben, die ik ben, niemand kan er aan twijfelen, waar hij mij zoeken moet, maar waar is Golgotha? Waar is de heuvel, waar 't kruis gezet werd? Niemand weet het. Waar is het graf, waarin Jezus werd neergelegd? Niemand kan met zekerheid zijn plaats aanwijzen."

Onmiddellijk klonk het van Golgotha: „Komt ge nu ook al aan met die beschuldigingen? Ge moest toch beter weten; gij zijt zoo oud, dat ge u de ligging van Golgotha herinneren kunt. Ge hebt duizenden jaren lang den heuvel^ op zijn plaats buiten de poort der rechtvaardigheid zien liggen."

Och ja, zeker ben ik oud, ik ben heel oud," hernam de moskee. „Maar ge hebt immers gezegd, dat de ouden een slecht geheugen hebben. Er lagen zooveel kale heuvels buiten Jeruzalem. Hoe zou ik nog weten welke Golgotha was? En er zijn ontelbare graven in de rots uitgehouwen. Hoe kan ik weten welk graf het rechte

Mrs. Gordon begon meer en meer ongeduldig te worden. Werkelijk kreeg ze bijna lust zich in het gesprek te mengen. Wat was dit? Klonken deze wonderbare stemmen alleen in haar ooren om aan oude sagen te herinneren, die zij lang geleden gehoord had? — Zij had ze willen toeroepen, dat zij haar de diepe geheimen van Gods rijk moesten openbaren, terwijl die beiden ouden enkel dachten aan hun droevig twisten om den voorrang in eer en macht.

Ook de stem uit de klok klonk ongeduldig: „t Is hard telkens te moeten antwoorden op de aanklacht, dat ik niet ben, waarvoor ik me uitgeef. Ge weet toch wel, dat reeds de eerste

198

Sluiten