Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de keizerin, en vertelde haar, dat het kruis diep onder den grond begraven was. Hij wees haar de plaats aan, waar men het zoeken moest. Men moest heel diep gaven, want de krijgsknechten hadden het kruis in een gracht bij de wallen geworpen, die tot den rand met aarde en steenen gevuld werd. Ik herinner mij de vrome keizerin, hoe ze op den rand van den wal zat, en haar arbeiders aanmoedigde. Ik herinner me ook den dag, dat het^kruis weergevonden werd op den bodem van de oude stadsgracht."

De kerk was nu alleen aan 't woord. Ze liet zich niet storen door de half hoonende uitroepen en 't twijfelend lachen van de moskee.

„Ik herinner me de reeks wonderen, die volgden op het terugvinden van het kruis. Ik geloof niet, dat zelfs gij die loochenen zult. Ook gij hebt het gejubel van de zieken gehoord, die door het heilige reliek genezen werden. Ook gij herinnert u de pelgrimstochten, die van alle landen hierheen stroomden.

Ge herinnert u de wilde, vrome mannen, die kwamen wonen in de grotten van Palestina. Ge herinnert u de kloosters en de kerken, die als uit den grond kwamen.

Of hebt ge ooit, o rots! de heerlijke gebouwen vergeten, die Constantijn en zijn moeder lieten bouwen over het heilige graf? Op de plaats, waar het kruis gevonden werd, werd een basiliek gebouwd, maar over de grot van het heilige graf een mooie koepelkerk.

Zeker herinnert ge u, o rots, de Grieksche bouwmeesters, die deze gebouwen met evenveel pracht tooiden, alsof ze keizerlijke paleizen waren. Ge weet zeker nog wel van de karavanen, die aankwamen over de bergen, belast met de kostbaarste steenen en 't goud, dat noodig was voor de versiering van de kerken. Ge herinnert u de porfierzuilen van de basiliek en haar zilveren kapiteelen. Ge herinnert u het mozaïek-gewelf van de grafkerk, de smalle vensters, waardoor 't licht naar binnen stroomde, door schijven albast en geverfd glas gebroken, tot iedere straal fonkelde, alsof zij van edelsteenen uitging. Ge herinnert u het uitgesneden roosterwerk voor de lantarens, de dubbele zuilenrijen en den koepel, die, licht en toch sterk, als zweefde boven 't gebouw. Ge herinnert u de heilige grot van het graf in 't midden, dat onversierd in al zijn grootheid onder al dien glans rustte ...

En den tijd na 't bouwen van al die gebouwen! Zeker herinnert .ge u wel, dat alle Christenen in 't Oosten Jeruzalem als hun heilige stad beschouwden, dat niet langer alleen de spoedig vertrekkende pelgrimsscharen haar bezochten. Herinnert ge u niet, dat de bisschoppen kwamen met hun gevolg van priesters, en om de grafkerk hun paleizen en kerken bouwden?

Maar dat alles was mijn werk, o rots! Gij laagt daar onopge-

200

Sluiten