Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bo dien aannam, voelde hij, dat de gordel zwaar was: de moeder had er geld in genaaid.

„Je moet mij beloven, dat niet te gebruiken, als 't niet hoog noodig is," zei de moeder. „Het is geen groote som: 't is precies zooveel, dat je er voor naar huis kunt komen, als 't je slecht gaat." Bo beloofde 't geld alleen in den hoogsten nood uit den gordel te nemen, en hij was heel nauwgezet in 't houden van die belofte. Hij kwam niet in groote verzoeking, want hij had het meestal goed in Amerika, maar een paar maal was hij toch zóó arm geweest, dat hij geen eten en huisvesting had. Toch was 't hem altijd gelukt een uitweg te vinden, zoodat hij zijn moeders geschenk niet had hoeven aan te breken.

Toen Bo zich aansloot bij de Hellgumianen, wist hij niet recht, wat hij met den gordel doen moest; zijn nieuwe kameraden trachtten immers de oude Christenen na te volgen. Zij deelden al wat ze bezaten met elkaar, en gaven al wat ze verdienden aan de gemeenschappelijke kas. Bo gaf ook alles, Wat hij bezat, behalve dat wat in den gordel zat. Hij kon niet best uitvinden wat goed of verkeerd was in dit geval, maar hij voelde, dat hij dat geld behouden moest. En hij was er zeker van, dat onze lieve Heer wel begrijpen zou, dat hij het niet hield uit gierigheid, maar omdat hij de belofte aan zijn moeder houden moest.

Bo hield dus zijn gordel, ook toen hij zich bij de Gordonisten aansloot. Maar daarna begon hij er toch met zekeren ernst aan te denken. Hij merkte spoedig, dat Mrs. Gordon en velen van haar aanhangers hoogstaande menschen waren, en hij voelde grooten eerbied voor hen. Hij beefde er voor, wat zulke onberispelijke menschen van hem zouden denken, als 't ooit ontdekt werd, dat hij verborgen geld bij zich droeg, hoewel hij heilig verzekerd had, dat hij alles wat hij bezat aan de gemeenschap had afgestaan.

't Was zoo gegaan: Hellgum en zijn kring waren al in Mei naar Jeruzalem gekomen, juist op den tijd, dat de boeren in Zweden hun hoeven verkochten. In Juni kwam er een brief in Jeruzalem met bericht, dat de Ingmarshoeve verkocht was, en dat Ingmar Ingmarsen Gertrud verlaten had om zijn vaderlijk huis en erf weer te winnen.

Bo was tot nu toe heel tevreden in Jeruzalem geweest en had dikwijls uilgesproken hoe blij hij was, dat hij daarheen verhuisd was. Maar van den dag af, dat hij hoorde, dat Gertrud vrij was, werd hij somber en stil.

Niemand in de kolonie begreep wat Bo zoo zwaarmoedig maakte. Velen zochten hem te bewegen hun zijn vertrouwen te schenken, maar Bo wilde niet zeggen wat hem scheelde. Hij kon niet verwachten, dat de kolonisten veel medelijden met zijn hartzeer hebben zouden. Zij preekten er altijd over, dat het voor de één-

205

Sluiten